Spring naar inhoud

Organisatie

2.1.Algemeen

Bovenstaand een schematische weergave van de structuur van het pensioenfonds eind 2025. De fondsorganen en portefeuille(houder)s worden hierna afzonderlijk besproken, de overige betrokkenen bij Oak Pensioenfonds worden besproken in hoofdstuk 18 'Andere betrokkenen'.

Overlegstructuur tussen het pensioenfonds en de betrokken sociale partners

Oak Pensioenfonds kent vier aangesloten sectoren met elk een eigen cao en overlegstructuur. Oak Pensioenfonds en een afvaardiging van de sociale partners van deze sectoren ontmoeten elkaar in het Breed Beraad. Tijdens de overleggen van het Breed Beraad wordt voornamelijk informatie uitgewisseld. De sociale partners komen daarna (vaak per sector) tot hun besluitvorming.

Daarnaast kent Oak Pensioenfonds sinds 2021 een uitvoeringstechnisch overleg. Hier wordt de uitvoering van de pensioenregelingen afgestemd tussen pensioenfonds, sectoren en PUO.

Oak Pensioenfonds spreekt ook separaat met de diverse, individuele brancheorganisaties en werknemersorganisaties. Dit levert over en weer waardevolle inzichten op en zorgt ervoor dat wordt ingegaan op branche-specifieke aangelegenheden.

Bemensing fondsorganen

Bestuur
De bestuurssamenstelling is in het verslagjaar gewijzigd.

  • Mevrouw S.A.S. Verbunt is toegetreden tot het bestuur als niet-uitvoerend bestuurslid met de portefeuille pensioenregeling en communicatie. Deze rol werd voorheen vervuld door de heer L.C.M. Leisink.

In 2025 zijn er twee herbenoemingen geweest.

  • De heer M. de Jong is voor een eerste maal herbenoemd als niet-uitvoerend bestuurslid.
  • De heer P.W. de Geus is voor een eerste maal herbenoemd als uitvoerend bestuurslid.


Verantwoordingsorgaan
Er zijn geen wijzigingen in de bemensing binnen het Verantwoordingsorgaan in 2025.

Geschiktheid en diversiteit
De veranderende wereld betekent dat ook de eisen aan de geschiktheid van bestuursleden veranderen en dat continue bijscholing nodig is. Oak Pensioenfonds heeft daartoe een geschiktheidsbeleid vastgesteld met een bijbehorend opleidingsplan. In 2025 heeft het bestuur zich tijdens twee themadagen verder verdiept in specifieke onderwerpen zoals het meerjarenbeleidsplan, de governancestructuur van het fonds, impactbeleggen en kunstmatige intelligentie (AI).

Zelfevaluatie
In 2024 zijn er enkele wijzigingen geweest in de bestuurssamenstelling. Daarom is in januari 2025 gekeken naar de werking van het ‘omgekeerd gemengd bestuursmodel’. De collectieve zelfevaluatie heeft plaatsgevonden in september 2025 met als thema teamdynamiek en samenwerking.

Competenties
Voor de diverse bestuurlijke functies (voorzitter, uitvoerend bestuurder en niet-uitvoerend bestuurder) heeft het bestuur aangegeven welke competenties belangrijk zijn. Deze competenties zijn verwerkt in het geschiktheidsbeleid.Tijdens de zelfevaluatie van september 2025 heeft het bestuur stilgestaan bij de competenties als collectief en als individu.

Samenwerking bestuur onderling
In de collectieve zelfevaluatie is ingezoomd op het onderling communiceren. De zelfevaluatie biedt inzicht in hoe bestuursleden het beste met elkaar kunnen communiceren, wat de samenwerking versterkt. Portefeuillehouders stellen dat de zelfevaluatie een belangrijk element is en dat het inzicht geeft in de onderlinge dynamiek en samenwerking. Bij de toekomstige strategie is het van belang om de competentieprofielen te evalueren en mogelijk aan te passen.

Opleidingen
Het bestuur heeft constante aandacht voor het onderhouden en verder ontwikkelen van relevante kennis en competenties.

In 2025 heeft een bestuurslid de opleiding ‘Cyber security & Risk management’ aan de TU Twente afgerond en een ander bestuurslid de opleiding ‘CPE Risk management, audit en IT’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Verantwoordingsorgaan
Het verantwoordingsorgaan heeft zich gedurende een themadag verder verdiept in de thema’s Wtp en AI. Tevens heeft het VO een zelfevaluatie uitgevoerd.

Diversiteit
Onderdeel van geschiktheid is ook dat het bestuur als collectief voldoende divers is samengesteld. Het bestuur bekijkt het begrip diversiteit vanuit meerdere perspectieven en streeft naar een divers bestuur, omdat diversiteit bijdraagt aan de kwaliteit van de besluitvorming. Oak Pensioenfonds kent een diversiteitsbeleid dat niet alleen ziet op leeftijd en geslacht, maar ook op een diverse culturele achtergrond en persoonlijkheid als ervaren dan wel nieuwe bestuurder. Het streven naar meer diversiteit in de samenstelling van de fondsorganen is regelmatig onderwerp van gesprek met de diverse belanghebbenden bij Oak Pensioenfonds. Bij de benoemingen heeft het bestuur ook dit verslagjaar hiermee rekening gehouden. Binnen het bestuur is dit de diversiteit ten goede gekomen. Deze diversiteit kenmerkt zich door drie vrouwen in het bestuur en drie bestuursleden die jonger zijn dan 40 jaar. In het verantwoordingsorgaan hebben nu twee vrouwen zitting en is één lid jonger dan 40 jaar.

2.2.Het bestuur

Het bestuursmodel

Oak Pensioenfonds hanteert het omgekeerd gemengd bestuursmodel. In dit model bestaat een duidelijke scheiding tussen de inhoud van de pensioenregeling (vast te stellen door de sociale partners), beleidsvorming door het pensioenfondsbestuur (het bestuur), de uitvoering van het beleid (door de uitvoerend bestuursleden) en het intern toezicht waarin de pariteit is vertegenwoordigd (door de niet-uitvoerend bestuursleden). De niet-uitvoerende bestuurders worden in de interne toezichtstaken ondersteund door een onafhankelijke auditcommissie. Het bestuur legt verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd. 

Het bestuursbureau ondersteunt het bestuur en de operationele-, portefeuille- en werkgroepoverleggen bij de uitvoering van hun taken. Het bestuursbureau zorgt voor het plannen en coördineren van de activiteiten op bestuurlijk niveau en heeft een beleidsvoorbereidende en adviserende rol.

De sociale partners

De sociale partners bepalen de inhoud van de pensioenovereenkomst (voorheen: de pensioentoezegging). Zij dragen ook de niet-uitvoerend bestuursleden voor, met uitzondering van de onafhankelijk voorzitter en het bestuurslid namens de pensioengerechtigden.

De betrokken sociale partners (werkgevers en werknemers) zijn:

  • Koninklijke CBM (Interieurbouw en Meubelindustrie);  
  • CLC Vecta (Tentoonstellingsbouw);
  • VON (Vereniging Orgelmakers Nederland);
  • Koninklijke VVNH (Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen);  
  • FNV;
  • CNV.

Samenstelling bestuur

Oak Pensioenfonds kent twee onafhankelijke uitvoerend bestuurders en zeven niet-uitvoerend bestuurders, waaronder de onafhankelijk voorzitter. De uitvoerend bestuurders en de voorzitter zijn onafhankelijke professionals, dat wil zeggen dat zij niet verbonden zijn met de voordragende organisaties. Vijf niet-uitvoerend bestuurders worden voorgedragen door de werkgevers- en werknemersorganisaties en één niet-uitvoerend bestuurder wordt voorgedragen door de leden van het verantwoordingsorgaan die de pensioengerechtigden vertegenwoordigen.

Het bestuur is op 31 december 2025 als volgt samengesteld.

Uitvoerend bestuurder Geboren Portefeuille Lid sinds Einde zittingstermijn
De heer P. Priester 1964 Pensioenregeling &
communicatie
01-07-2014 01-07-2028
    Risicobeheer    
De heer P.W. de Geus 1963 Vermogensbeheer 23-05-2017 01-07-2029
    Financiële opzet *    
Niet-uitvoerend bestuurder Geboren Portefeuille Vertegenwoordiging Lid sinds Einde zittingstermijn
Mevrouw P.A. de Bruijn - Nooteboom 1960 Governance & Compliance Onafhankelijk voorzitter 01-07-2014 01-07-2027
Mevrouw S.A.S. Verbunt 1998 Pensioenregeling &
communicatie
Pensioengerechtigden 01-10-2025 01-10-2029
De heer D.A. Roodenrijs 1960 Pensioenregeling &
communicatie
Werkgevers 11-07-2016 01-07-2028
    Governance & Compliance      
De heer H.A. Kempen 1968 Financiële opzet Werkgevers 01-02-2024 03-04-2028
    Vermogensbeheer      
Mevrouw C. Notenboom 1994 Pensioenregeling &
communicatie
Werkgevers 01-09-2024 01-09-2028
    Risicobeheer      
De heer M. de Jong 1993 Vermogensbeheer Werknemers 01-07-2021 01-07-2029
De heer M. Pet 1982 Financiële opzet Werknemers 18-01-2022 18-01-2030
    Risicobeheer      

Benoeming

Het bestuur heeft in de statuten vastgelegd langs welke procedure bestuursleden worden benoemd, geschorst of ontslagen.

Bestuursleden worden voor vier jaar benoemd. Benoeming vindt plaats op basis van het voor het desbetreffende bestuurslid geldende functieprofiel en na positieve toetsing door DNB. Bij de voordracht en/of de benoeming zijn in de samenstelling van het bestuur zowel complementariteit in geschiktheid als diversiteit naar leeftijd en geslacht belangrijke uitgangspunten.

Daarnaast is de directeur van het bestuursbureau, mevrouw J.Kersseboom, medebeleidsbepaler. Zij is verantwoordelijk voor de portefeuille Financiële Opzet en vormt samen met de uitvoerende bestuursleden het UB Plus.

Niet-uitvoerend bestuursleden (NUB’ers)

Werkgevers- en werknemersorganisaties dragen vertegenwoordigers voor die worden benoemd door het bestuur. De vertegenwoordiger namens de pensioengerechtigden wordt door het bestuur benoemd op voordracht van de vertegenwoordigers van de pensioengerechtigden in het verantwoordingsorgaan. De onafhankelijk voorzitter wordt benoemd en ontslagen door de niet-uitvoerend bestuursleden. 

Uitvoerend bestuursleden (UB’ers)

De NUB’er benoemen de UB’ers. Een uitvoerend bestuurslid kan worden ontslagen door de niet-uitvoerend bestuursleden, na het horen van het desbetreffende lid en het tweede uitvoerend bestuurslid.

Stemmen

Alle bestuursleden hebben een stem, met dien verstande dat de aanwezige werkgeversbestuursleden gezamenlijk evenveel stemmen uitbrengen als de aanwezige werknemersbestuursleden gezamenlijk uitbrengen.

Onafhankelijkheid en integer handelen

Het bestuur stelt zich bij het uitoefenen van zijn taak onafhankelijk op en zorgt dat Oak Pensioenfonds uitsluitend handelt ten behoeve van al zijn belanghebbenden. Het bestuur inventariseert daartoe jaarlijks de(neven) functies van de bestuursleden. Het overzicht daarvan is te vinden in hoofdstuk 17 ‘Nevenfuncties’.

De taken en bevoegdheden van het bestuur zijn bepaald in de statuten en de governance nota van Oak Pensioenfonds.

Vergaderdata, studiedagen en overige bijeenkomsten

Het bestuur heeft in 2025 vijftien keer vergaderd (fysiek en digitaal) inclusief twee thema- en opleidingsdagen (fysiek). Daarnaast namen bestuurders deel aan operationele-, portefeuille- en werkgroepoverleggen gerelateerd aan specifieke aandachtsgebieden. Verder waren er informele contactmomenten onder meer via conference calls.

In 2025 heeft het bestuur vier keer met het verantwoordingsorgaan vergaderd. Daarnaast is er in het voorjaar een themadag georganiseerd voor het verantwoordingsorgaan en heeft het verantwoordingsorgaan deelgenomen aan de strategiedag.

2.3Portefeuilles, DB- en UB Plus-overleg

Portefeuilles

Voor een goede werking van het omgekeerd gemengde model zijn de activiteiten binnen het fonds onderverdeeld in vijf portefeuilles waaraan portefeuillehouders (per portefeuille uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders) zijn gekoppeld, te weten:

  • Financiële opzet;
  • Governance en compliance;
  • Pensioenregeling en communicatie;  
  • Risicobeheer;
  • Vermogensbeheer.

De uitvoerend bestuursleden voeren het beleid van Oak Pensioenfonds uit gerelateerd aan een specifieke portefeuille. De niet-uitvoerend bestuursleden houden toezicht op de uitvoering van dit beleid en de werkzaamheden die door of namens Oak Pensioenfonds worden uitgevoerd. Zij staan de uitvoerend bestuurders bovendien met raad bij en fungeren in die zin ook als klankbord.

DB-overleg

Het dagelijks bestuur (DB) bestaat uit de onafhankelijke voorzitter, de uitvoerende bestuurders en de directeur bestuursbureau. Dit overleg is verantwoordelijk voor de regievoering en de coördinatie voor een beheerste governance. Daaronder valt ook de relatie met toezichthouders. Het DB is verantwoordelijk voor het werkgeverschap richting de directeur bestuursbureau.

Onafhankelijk voorzitter

De onafhankelijke voorzitter ziet toe op een goede samenstelling en het functioneren van het bestuur en is namens het bestuur eerste aanspreekpunt voor het verantwoordingsorgaan, sociale partners en externe organisaties.

UB Plus-overleg

Het UB Plus bestaat uit twee uitvoerende bestuurders plus de directeur Bestuursbureau. Het UB Plus is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid ten aanzien van de hun toegewezen portefeuilles, zoals dit is vastgelegd in de jaarplannen, inclusief de daarbij behorende begroting. Het UB Plus voert zijn taken uit in overeenstemming met de wettelijke eisen en binnen de door het bestuur vastgestelde kaders en beleidsdocumenten van het pensioenfonds. In dit ruime kader bewaken de uitvoerende bestuurders de uitbestede werkzaamheden en handelen zij operationele zaken af. Daarnaast zijn de uitvoerende bestuurders verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding op deze portefeuilles. De uitvoerende bestuurders en de directeur Bestuursbureau leggen verantwoording af aan de niet-uitvoerende bestuurders. 

2.4Overige werkgroepen

Het bestuur kan (tijdelijke) werkgroepen instellen. Een werkgroep kan zich laten bijstaan door externe deskundigen.

Oak Pensioenfonds kende dit verslagjaar de volgende (tijdelijke) werkgroepen:

  • Werkgroep Monitoring tijdsbeslag: deze werkgroep evalueert jaarlijks het tijdsbeslag van het bestuur als input voor de feitelijke beloning in het daaropvolgende kalenderjaar.
  • Stuurgroep Wtp: deze stuurgroep monitort het proces rondom de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en is onderdeel van de DB-vergadering.
  • Projectgroep BNY-BNP: deze werkgroep heeft het overgangsproces begeleid naar de nieuwe custodian. Hierbij is Oak Pensioenfonds overgestapt van BNY Mellon naar BNP Paribas.   

2.5.Intern toezicht

Het intern toezicht is in het omgekeerd gemengd model belegd bij het niet-uitvoerend deel van het bestuur. De niet-uitvoerend bestuursleden stellen zich bij de uitoefening van de toezichttaak onafhankelijk op.

Taken en verantwoordelijkheden
De taken van de niet-uitvoerende bestuurders bestaan uit twee hoofdthema’s:

  1. Toezicht
    De niet-uitvoerende bestuursleden houden toezicht op:
    • de uitvoering van het beleid door de uitvoerende bestuursleden;
    • de algemene gang van zaken in het pensioenfonds;
    • adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging;
    • de financiële informatieverschaffing.

  2. Raadgeving
    Vanuit hun portefeuilleverantwoordelijkheid staan zij het UB Plus met raad ter zijde.

De niet-uitvoerend bestuursleden leggen over hun toezichtstaken verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan.

Onafhankelijke auditcommissie

De onafhankelijke auditcommissie fungeert als sparringpartner van de niet-uitvoerend bestuurders op in ieder geval drie expertisegebieden: risicobeheersing, beleggingsbeleid en financiële opzet. Om haar functie op een goede manier te kunnen uitoefenen heeft de auditcommissie meerdere bevoegdheden:

  • Zelf onderzoek doen in het kader van haar faciliterend toezicht of in opdracht van de niet-uitvoerend bestuurders;
  • De niet-uitvoerend bestuurders gevraagd en ongevraagd adviseren;
  • Toegang tot alle informatie die nodig is voor uitoefening van haar taken; en
  • Het jaarlijks opstellen van een auditplan met voor het toezicht relevante thema’s.

De auditcommissie bestaat per 31 december 2025 uit drie onafhankelijke externe deskundigen:

Leden Geboortejaar Functie Aandachtsgebied Benoemd per Aflooptermijn
De heer H. Zevenhuizen 1976 Voorzitter Financiële opzet 01-07-2024 30-06-2028
Mevrouw J. Matelski 1984 Lid Vermogensbeheer 01-07-2020 30-06-2028
De heer R. van der Aa 1989 Lid Risicobeheer 01-07-2021 30-06-2029

Het lidmaatschap van de auditcommissie eindigt na maximaal vier jaar. Herbenoeming is maximaal twee keer mogelijk voor telkens vier jaar.

In 2025 is de heer R. van der Aa voor een eerste maal herbenoemd.

De auditcommissie kwam in 2025 vier keer digitaal bijeen met de niet-uitvoerend bestuursleden. Daarnaast stemde de auditcommissie onderling af via e-mail en telefonisch.

2.6.Verantwoordingsorgaan

In het verantwoordingsorgaan is de verantwoording en medezeggenschap belegd. In het verantwoordingsorgaan zijn de werknemers, de pensioengerechtigden en de werkgevers vertegenwoordigd.

Het verantwoordingsorgaan bestond in 2025 uit negen leden, waarvan:   

  • 3 namens de deelnemers;
  • 3 namens de pensioengerechtigden; en
  • 3 namens de werkgevers.

De werknemers, werkgevers en de pensioengerechtigden zijn evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan.

Het verantwoordingsorgaan bestaat per 31 december 2025 uit de volgende leden:

Leden Geboortejaar Functie Namens Vertegenwoordiger
De heer J. Boester 1947 Voorzitter   Pensioengerechtigden
De heer J. van der Ree 1964 Vicevoorzitter CNV Werknemer
De heer D. Leenheer 1966 Lid CBM Werkgever
Mevrouw I. van Gerwen 1975 Lid VVNH Werkgever
De heer G. A. Meerdink 1959 Lid CNV Werknemer
De heer P. Riphagen 1971 Lid TTB Werkgever
Mevrouw S. Keijzer 1986 Lid FNV Werknemer
De heer F. de Boer 1952 Lid   Pensioengerechtigden
De heer A. Stam 1950 Lid   Pensioengerechtigden

Algemeen

Het bestuur heeft de inrichting (onder meer samenstelling en stemverhouding), de taken en de bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan vastgelegd in de statuten van Oak Pensioenfonds.

Het aantal maximale zittingstermijnen voor een VO lid is beperkt tot maximaal een periode van 12 aaneengesloten jaren (maximaal 2 herbenoemingen).

In 2026 worden verkiezingen georganiseerd voor de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden. Ook komt één positie vacant voor de vertegenwoordiger van werknemers.

​Taakomschrijving van het VO

De belangrijkste taak van het verantwoordingsorgaan is het geven van een oordeel over het handelen van het bestuur ten aanzien van het gevoerde beleid, de wijze waarop het beleid is uitgevoerd en de beleidskeuzes voor de toekomst. Het VO heeft standaard vier vergaderingen per jaar. Bij een gedeelte van deze vergaderingen schuift het NUB aan om gezamenlijk te overleggen over belangrijke pensioenthema’s.

Het verantwoordingorgaan geeft jaarlijks schriftelijk zijn oordeel. Het verantwoordingsorgaan baseert zijn oordeel op het jaarverslag van het pensioenfonds, de jaarrekening en overige informatie. Het oordeel samen met de schriftelijke reactie van het bestuur is onderdeel van de jaarverslagcyclus.

Het bestuur stelt het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit over:

  1. het beleid inzake beloningen;
  2. de vorm en inrichting van het intern toezicht;
  3. het vaststellen en wijzigen van een interne klachten- en geschillenprocedure;
  4. het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid;
  5. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
  6. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
  7. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
  8. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
  9. het wijzigen van het reglement van het verantwoordingsorgaan;
  10. de jaarlijkse toeslagverlening; en
  11. vermindering van de verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten.

De adviesrechten onder 9, 10 en 11 betreffen bovenwettelijke rechten.

Het verantwoordingsorgaan stelt een jaarplan op. Hierin staan de taken en bevoegdheden, en het normenkader. Verder staan in het jaarplan de werkwijze van het verantwoordingsorgaan en de speerpunten voor het lopende kalenderjaar.

Met de overgang naar de Wtp vervallen de adviesrechten 10 en 11.

2.7.Beloningsbeleid

Uitgangspunten

Het beloningsbeleid van Oak Pensioenfonds is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • De vergoedingen van fondsorganen en uitbestedingsrelaties zijn in overeenstemming met de werkzaamheden, het risicoprofiel, de doelstellingen, het langetermijnbelang, de financiële stabiliteit en de prestaties van het pensioenfonds als geheel en moedigen niet aan tot het nemen van meer risico’s dan voor het pensioenfonds aanvaardbaar is.
    • Zo wordt bijgedragen aan een deugdelijk, prudent en doeltreffend bestuur.
  • De beloning van de leden van fondsorganen staat in redelijke verhouding tot de gedragen verantwoordelijkheid, het tijdsbeslag en de aan de functie gestelde eisen en is afgestemd op de omvang en de organisatie van Oak Pensioenfonds.
  • Het beloningsbeleid is passend gelet op de bedrijfstakken waarvoor Oak Pensioenfonds de pensioenregeling uitvoert. Oak Pensioenfonds hanteert voor leden van de fondsorganen geen prestatie gerelateerde beloningen. Er worden geen ontslagvergoedingen verstrekt.
  • De beloning(scomponenten) voor de uitvoerende bestuursleden word(en) bepaald door het niet-uitvoerende deel van het bestuur. Die van de niet-uitvoerende bestuursleden, onafhankelijk voorzitter, auditcommissie en het verantwoordingsorgaan door het algemeen bestuur.
  • Het fonds houdt zich aan Verordening (EU)2019/2088 van 27 november 2019 inzake informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële dienstensector (SFDR). De beloningsstructuur zet niet aan tot het nemen van buitensporige risico’s in verband met duurzaamheidsrisico’s. De beloning is niet afhankelijk van het al dan niet nemen van duurzaamheidsrisico’s.

Beloning 2025

Beloningen dienen passend en in redelijke verhouding te staan tot verantwoordelijkheid, functie-eisen en tijdsbeslag. Hieronder volgt een schematisch overzicht van de vaste vergoedingen van de leden van de verschillende fondsorganen van Oak Pensioenfonds. Daarna wordt per orgaan ingegaan op de omvang van de vergoeding van de individuele bestuursleden.

Vergoeding per functie (in euro's, excl. btw) 2025 2024
Lidmaatschap bestuur * € 169.669 € 159.015
Additioneel voor experttoeslag en voorzitter bestuur * € 12.954 € 12.141
Voorzitterschap verantwoordingsorgaan € 6.616 € 6.201
Additioneel voor vicevoorzitterschap verantwoordingsorgaan € 5.822 € 5.457
Lidmaatschap verantwoordingsorgaan € 5.293 € 4.961
Voorzitterschap auditcommissie € 12.818 € 12.013
Lidmaatschap auditcommissie € 10.682 € 10.011

Bestuur

De vergoedingen worden bepaald aan de hand van een inschatting van het feitelijke tijdsbeslag (uitgedrukt in FTE) en de vervangingswaarde voor een middelgroot fonds op een marktconform niveau.

  • 0,25 FTE voor een niet-uitvoerend bestuurslid, met uitzondering van de onafhankelijk voorzitter;
  • 0,6 FTE voor de onafhankelijk voorzitter die tevens niet-uitvoerend bestuurslid is;
  • 0,5 FTE voor het uitvoerend bestuurslid met de portefeuilles Vermogensbeheer en Financiële opzet;
  • 0,7 FTE voor het uitvoerend bestuurslid  met de portefeuilles Pensioenregeling & communicatie en Risicobeheer.

De vervangingswaarde 2025 is vastgesteld op € 169.669 bij 1 FTE en geldt voor alle bestuurders.

Van uitvoerende bestuurders en de onafhankelijk voorzitter verlangt Oak Pensioenfonds een expertniveau op onderdelen. Zij ontvangen daarom tevens een experttoeslag van € 12.954 (op voltijdbasis). De beloningen (vervangingswaarde en experttoeslag) worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CBS cao-loonindex Nederland. Alle bestuurders hebben recht op een kilometervergoeding van € 0,28. Oak Pensioenfonds betaalt geen andere emolumenten aan de bestuursleden. Kosten voor pensioenopbouw, kantoorkosten e.d. dienen zij uit de bestuursvergoeding te betalen.

Daarnaast is in het beloningsbeleid opgenomen dat het bestuur een vergoeding kan toekennen voor tijdelijke extra werkzaamheden, zoals het deelnemen aan extra werkgroepen.

De bestuursleden hebben in 2025 in totaal € 583.225 aan reguliere vergoedingen ontvangen (2024: € 524.750) exclusief reis- en verblijfkosten. Er is in 2025 geen extra vergoeding gegeven voor extra werkzaamheden.

Auditcommissie

Leden van de auditcommissie ontvangen een vaste jaarlijkse beloning van € 10.681 per lid. De beloning van de voorzitter van de auditcommissie bedraagt € 12.818. 

De leden van de auditcommissie hebben in 2025 in totaal € 34.182 aan vergoedingen ontvangen (2024: € 32.035).

Verantwoordingsorgaan

Leden van het verantwoordingsorgaan ontvangen een vaste vergoeding van € 5.293 per jaar plus een kilometervergoeding van € 0,28.

Voor de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter is een toeslag van toepassing van respectievelijk 25% en 10%. 

De leden van het verantwoordingsorgaan hebben in 2025 in totaal € 49.491 aan reguliere vergoeding ontvangen exclusief reis- en verblijfkosten (2024: € 46.383).

2.8.Gedragscode en compliance

Verklaring Compliance Officer

Het pensioenfonds dient zorg te dragen voor een beheerste en integere bedrijfsvoering en heeft TriVu in dat kader benoemd tot externe compliance officer. Het pensioenfonds heeft een eigen gedragscode die op de website is gepubliceerd. De gedragscode heeft tot doel om gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag te voorkomen. Dit draagt bij aan het integer functioneren van het pensioenfonds en het waarborgen van de goede naam en reputatie.

Op grond van de gedragscode zijn ultimo 2025 36 personen aangewezen die als verbonden persoon onder de gedragscode van het pensioenfonds vallen. Over 2025 hebben deze verbonden personen een verklaring van naleving van de gedragscode ingevuld en ondertekend waarbij meldingen ten aanzien van de gedragsnormen zoals nevenfuncties, geschenken, uitnodigingen en privébelangen zijn vastgelegd. Uit de insidertoetsing zijn geen onregelmatigheden voortgekomen. Verder beschikt het pensioenfonds, naast de gedragscode, over compliance documenten zoals een compliance charter, een integriteitsbeleid, een incidentenregeling, een klokkenluidersregeling en een systematische integriteitsrisicoanalyse(SIRA).

In de halfjaarlijkse rapportages over 2025 zijn mijn bevindingen en een aanbeveling voor 2026 opgenomen. Ik heb naar aanleiding van de door mij uitgevoerde toetsing de volgende bevindingen:

  1. De meldingen die de verbonden personen in 2025 hebben gedaan, vallen binnen de normen van de gedragscode van het pensioenfonds.
  2. Het pensioenfonds beschikt over toereikende en actuele compliance documenten, alleen de SIRA wordt in 2026 nog geactualiseerd.
  3. Voor 2026 is de aanbeveling gedaan om te beoordelen of een aanpassing van het integriteitsbeleid nodig is in het kader van het Servicedocument Sanctieregelgeving van de Pensioenfederatie.

Zevenbergen, 13 maart 2026

TriVu

H. Pullen

Compliance Officer

2.9.Code Pensioenfondsen

De Code Pensioenfondsen is opgesteld door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid (STAR) en wettelijk verankerd.De Monitoringcommissie Code Pensioenfondsen ziet toe op de naleving van de Code met als doel de verhoudingen binnen pensioenfondsen transparanter te maken. De Code legt de nadruk op het gedrag van bestuurders, intern toezichthouders en belanghebbenden in de verantwoordingsfunctie. De Code kent 8 thema’s waarbinnen de verschillende normen zijn gerubriceerd.

Maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden ook de normen voor “goed pensioenfondsbestuur”. Daarom is per 1 januari 2024 de Code Pensioenfondsen herzien. De actualisering ziet op de volgende onderwerpen:

  1. Centraal stellen van de belanghebbenden
  2. Duurzaamheid
  3. Diversiteit en inclusie

De thematische indeling is gewijzigd:

  1. Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden;
  2. Goed besturen;
  3. Effectief intern toezichthouden en controle uitoefenen;
  4. Verantwoording en inspraak organiseren;
  5. Effectief functioneren van fondsorganen.

Daarbinnen is de ordening van de onderliggende normen aangepast. Gekozen is om aan te sluiten bij de driehoek: bestuur, intern toezicht en verantwoording.

Pensioenfondsen leven de Code na op basis van het ‘pas toe of leg uit-beginsel’. Een pensioenfonds past de normen van de Code toe of zet in het jaarverslag gemotiveerd uiteen waarom een norm niet (volledig) is toegepast. Oak Pensioenfonds leeft zo goed als alle normen na en verklaart in de relevante paragrafen hoe deze naleving bewerkstelligd wordt.

De Code Pensioenfondsen nodigt pensioenfondsen uitdrukkelijk uit om bij een aantal normen jaarlijks in verhalende (beschrijvende) zin te rapporteren over de naleving van die norm. Hieronder worden de drie belangrijkste normen kort toegelicht.

  • Norm 1: Missie, visie, strategie
    Het fonds heeft in 2021 een concrete missie, visie en strategie opgesteld. Deze zijn te vinden in hoofdstuk 1.2 ‘Profiel: missie, visie, strategie’. In 2025 is gestart met een herijking missie, visie en strategie. In verband met prioritering van de Wtp-transitie per 1 januari 2026 is deze herijking nog niet afgerond. Beoogd is in 2026 met een herijkte missie, visie en strategie van het fonds te komen.
  • Norm 4: Kennen van voorkeuren van belanghebbenden
    Oak Pensioenfonds vindt het belangrijk om de voorkeuren van de belanghebbenden mee te nemen in de beleidsvoering. In het Breed Beraad, een periodiek overleg tussen het bestuur en de sociale partners, gaat het fonds op constructieve wijze de dialoog aan met de verschillende branches. In 2025 is een strategiedag georganiseerd waar het bestuur, verantwoordingsorgaan en sociale partners met elkaar het gesprek aangaan over de langetermijnstrategie van Oak Pensioenfonds. Op deze wijze borgt het bestuur dat de inzichten van de andere belanghebbenden herkenbaar terugkomen in de langetermijnstrategie van het fonds. Oak Pensioenfonds vertaalt deze informatie naar zijn missie, visie en strategie en wijzigt deze indien nodig. 
  • Norm 34-35: Diversiteits- en inclusiebeleid 
    Oak Pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid op het gebied van diversiteit en inclusie. Hierbij is rekening gehouden met geslacht, gender, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Tevens is in het geschiktheidsbeleid opgenomen dat bij de samenstelling van het bestuur als geheel complementariteit en diversiteit een rol spelen. Dit zorgt ervoor dat het bestuur drie vrouwelijke leden en het verantwoordingsorgaan twee vrouwelijke leden heeft. Tevens heeft het bestuur drie leden en het verantwoordingsorgaan één lid onder de 40 jaar en heeft één verantwoordingsorgaan-lid een diverse sociaal-culturele achtergrond.

    Het beleid wordt periodiek herijkt en het bestuur evalueert tussentijds of de planmatige aanpak voldoende is.   


In bepaalde gevallen wijkt Oak Pensioenfonds af van normen uit de Code. Hieronder wordt dit kort per norm toegelicht.

  • Norm 37: Zittingstermijnen 
    De statuten bieden bestuursleden van Oak Pensioenfonds de ruimte tot een derde, maar met een maximale zittingstermijn van twaalf jaar. Voor een derde benoeming is aanvullende onderbouwing nodig. 

    De bestuurlijke continuïteit in het achterhoofd houdend in het kader van de Wtp-transitie, hebben er in 2025 twee herbenoemingen plaatsgevonden. Deze herbenoemingen zijn goedgekeurd door DNB.
  • Norm 38: Benoemings- en ontslagprocedures 
    Oak Pensioenfonds volgt de benoemingsprocedures die zijn opgenomen in Bijlage B2 bij de Code Pensioenfondsen 2024, behalve op het volgende punt:
    • Benoeming van de leden van het verantwoordingsorgaan geschiedt door het voltallige bestuur en niet door de uitvoerend bestuursleden.

2.10.Wet toekomst pensioenen

Projectstructuur

Het fonds heeft voor de transitie Wtp een projectstructuur ingericht om een beheerste en integere transitie te borgen. Deze projectstructuur is in het jaarverslag 2024 beschreven en is ook in 2025 gecontinueerd in aanloop naar de transitiedatum van 1 januari 2026. De projectstructuur bestaat uit een stuurgroep die maandelijks bijeenkomt. Hieraan nemen een vertegenwoordiging van het bestuur (zowel uitvoerend en niet-uitvoerend bestuurders) en het bestuursbureau deel onder voorzitterschap van de onafhankelijk voorzitter van het fonds. De stuurgroep voert de regie over een aantal werkgroepen waarin ook de adviseurs en de uitbestedingspartners van het fonds participeren. De dagelijkse projectleiding wordt gevoerd door de directeur van het bestuursbureau, een uitvoerend bestuurder en een tijdelijk hiervoor aangestelde projectleider. De projectleiding borgt de betrokkenheid van de verschillende gremia (verantwoordingsorgaan, Breed Beraad), de sleutelfunctiehouders en de uitbestedingspartijen. De projectleiding verzorgt verder de communicatie van en naar de toezichthouders (de AFM, DNB) waaronder de behandeling van het invaarverzoek.

Beoordeling invaarverzoek door DNB

Het fonds heeft per 28 juni 2024 het formele invaarverzoek bij DNB ingediend met de wettelijk vereiste documenten zoals het implementatieplan en het invaarsjabloon. De invaardatum is gesteld op 1 januari 2026 (en inmiddels gerealiseerd). Het implementatieplan is in juli 2024 op de website gepubliceerd onder ‘nieuwe regels voor pensioen’, ‘nieuws en belangrijke documenten’. Met de indiening van het invaarverzoek zit het fonds ruim voor de wettelijke gestelde deadline en is ook aan de beoordelingstermijnen van DNB voldaan. Na de beoordeling door DNB is een geactualiseerde versie van het implementatieplan op de website gepubliceerd. Daarin is naast de compensatie aan werknemers die op 31 december 2025 en 1 januari 2026 in dienst zijn binnen de sectoren, ook de extra compensatie voor (jonge) slapers opgenomen.

In het implementatieplan is de beoordeling van evenwichtigheid opgenomen. Er moet sprake zijn van een evenwichtige transitie voor alle belanghebbenden. Conclusie van deze beoordeling is dat de transitie als geheel als evenwichtig kan worden beschouwd.

De inhoudelijke beoordeling is op 9 september 2025 afgerond door DNB, waarbij DNB een positieve beschikking van geen bezwaar aan het fonds heeft verstrekt. Om de positieve beschikking te verkrijgen heeft het fonds een aantal wijzigingen in het invaarverzoek doorgevoerd en met DNB opgenomen. Het betrof hier vooral het aanscherpen, verder verfijnen en verduidelijken van de transitiedoelstellingen, de bijbehorende (kwantitatieve) maatstaven en bandbreedtes (onder- en bovengrens). Deze wijzigingen zijn opgenomen en afgestemd met de sociale partners en het verantwoordingsorgaan die hiermee hebben ingestemd. De fondsdocumentatie horende bij het invaarverzoek is hierop aangepast en bestuurlijk vastgesteld.

Aan de afgegeven positieve beschikking is een aantal voorschriften verbonden, waaronder de maandelijkse verplichting van een monitoring transitie-effecten en voortgangsrapportage door het fonds aan DNB. Het fonds heeft over de maanden september, oktober, november en december 2025 aan DNB gerapporteerd. Het fonds heeft in de rapportage over oktober 2025 één materiële wijziging van het implementatieplan gemeld aan DNB. Dit betrof een wijziging van één van de go-/no-gomoment in de bestuurlijke besluitvorming en planning van het fonds. Daarnaast is vanuit de oplopende rente en dekkingsgraad de maximale begrenzing van de dekkingsgraad voor invaren verhoogd van 138% naar 150% met instemming van de sociale partners en het verantwoordingsorgaan. Ook hier is de fondsdocumentatie horende bij het invaarverzoek op aangepast en opnieuw bestuurlijk vastgesteld.

Voorbereiden op het invaren

Eind 2024 waren de punten uit het datakwaliteitsonderzoek opgevolgd. Daarna kwam het fonds in een fase waarbij de datakwaliteit op orde werd gehouden. In september 2025 heeft het bestuur vastgesteld dat de datakwaliteit nog steeds op orde is. Het bestand dat gebruikt kon worden bij invaren, is – met behoud van de verwerking van mutaties en datakwaliteitscontroles, op orde.

Het fonds heeft vanaf 2025 een aantal (5) rondes van proefmigraties en invaarsimulaties laten uitvoeren door de PUO TKP. Het fonds heeft hiermee kunnen aantonen dat de kwaliteit voor, tijdens en na transitie is geborgd en dat alle berekeningen in het transitieproces juist en volledig worden uitgevoerd. Hierbij is het (actuarieel) rekenformularium vooraf door het bestuur vastgesteld, aangetoond dat dit voldoet aan wettelijke eisen en randvoorwaarden en dat alle berekeningen worden uitgevoerd volgens het afgesproken formularium. Het fonds stelt een rapportage op ter verantwoording van alle werkzaamheden die het fonds heeft uitgevoerd (en/of heeft laten uitvoeren door de PUO TKP) om de juistheid en volledigheid van de in de transitie uitgevoerde berekeningen te borgen (volgens het zogenaamde 'toetsmoment 2' uit betreffende DNB good practice).

Een belangrijk onderdeel hierbij is het vaststellen van de maakbaarheid en haalbaarheid van de IT-systemen en processen voor de transitie Wtp bij de PUO TKP. Het fonds heeft deze ‘IT Readiness’ van de PUO TKP beoordeeld op een viertal go- /no-gomoment in het laatste kwartaal van 2025 aan de hand van vooraf bepaalde acceptatiecriteria. Op 10 december 2025 is bestuurlijk vastgesteld dat in voldoende mate aan de gestelde acceptatiecriteria is voldaan om te kunnen spreken van een beheerste en integere transitie Wtp op 1 januari 2026. Dat was het bestuurlijk startsein voor de transitie Wtp door het fonds op 1 januari 2026. TKP heeft op 30 december 2025 een definitief go besluit genomen voor alle vijf de Plateau 2 fondsen voor de transitie Wtp op 1 januari 2026 waaronder Oak Pensioenfonds.

Communicatie naar deelnemers

Het fonds heeft in 2024 een communicatieplan voor het Wtp-traject opgesteld en voorgelegd aan de toezichthouders AFM en DNB in het kader van het invaarverzoek. Het communicatieplan borgt dat deelnemers op een structurele en gerichte wijze worden geïnformeerd over het nieuwe stelsel en de transitie daar naartoe. Vastgelegd is hoe het fonds haar deelnemers meeneemt in de overgang naar de nieuwe regels onder de Wtp. Het plan omvat de gehele overgangsperiode: vanaf het moment van indienen van het communicatieplan bij de AFM tot en met een aantal maanden na de feitelijke overgang. In 2025 is het communicatieplan in werking getreden na de positieve beoordeling door de toezichthouders DNB en AFM. Het communicatieplan kent vier belangrijke communicatiemomenten richting de deelnemers. Het belangrijkste moment in 2025 was het zogenaamde communicatiemoment 2 met de eerste berekeningsbrief aan deelnemers. Het fonds heeft met deze brief in november 2025 alle deelnemers geïnformeerd over de transitie Wtp. In de brief wordt uitgelegd wat de overgang van het oude (FTK) naar het nieuwe (Wtp) pensioenstelsel voor de deelnemers betekent. De brief bevat ook een prognose van de pensioenverwachting onder de Wtp. Vrijwel alle deelnemers gaan er met de overgang naar het nieuwe stelsel in de pensioenverwachting op vooruit. In 2026 krijgen de deelnemers nog een definitieve berekeningsbrief met de uiteindelijke pensioenverwachting onder de Wtp. Dit betreft dan het vierde en laatste communicatiemoment vanuit het communicatieplan.

Risicobeheersing

Ieder project kent risico’s, zo ook de transitie Wtp. Het is daarom belangrijk de risico’s goed in kaart te brengen en te monitoren. Dit geldt zeker in het Wtp-traject dat veel afhankelijkheden met andere partijen kent en ook een overgang naar nieuwe IT-systemen en processen behelst. Daarom heeft het fonds een apart risicodashboard Wtp ontwikkeld. De mate van risicobeheersing bij de voortgang van het project is hiermee gemonitord. Het dashboard is een middel om te sturen op de beheersing van de risico’s die gepaard gaan met het project.

In 2025 waren met name de gereedheid van de PUO en de haalbaarheid van de planning belangrijke risico’s. Middels het risicodashboard en meerdere risicoanalyses heeft het bestuur kunnen vaststellen dat de risicobeheersing op orde was in 2025 en dat er sprake is van een beheerste en integere bedrijfsvoering om in te varen.

In 2026 bevindt het project zich in de nazorgfase. Het fonds blijft de Wtp risico’s monitoren en borgen dat het project ook vanuit risicobeheersing afgerond kan worden en onderdeel wordt van de reguliere risicomanagementprocessen.

Vermogensbeheer

Op 1 januari 2026 is Oak Pensioenfonds overgegaan naar de solidaire premieregeling. Vanaf dat moment is het nieuwe strategische beleggingsbeleid van kracht met de daarbij behorende aanpassing van de beleggingsportefeuille. De rendementsportefeuille blijft nagenoeg ongewijzigd. De beschermingsportefeuille met de renteafdekking verandert aanzienlijk. De renteafdekking wordt verlaagd van 80% rente afdekking (onder FTK) naar circa 57% rente afdekking van de collectieve beleggingsportefeuille onder de Wtp.

Daarnaast wijzigt de verdeling tussen de beschermings- en de rendementsportefeuille per 1 januari 2026. Om de doelportefeuille per 1 januari 2026 te bereiken vindt naast het verlagen van de renteafdekking een herverdeling plaats waarbij van +/- 7% van de rendementsportefeuille overgaat naar de beschermingsportefeuille.

De transitie van de portefeuille wordt uitgevoerd volgens een gedetailleerd plan van aanpak in samenwerking met de fiduciair vermogensbeheer Blackrock. Het doel van dit plan van aanpak is om op een beheerste manier de verlaging van de renteafdekking zo spoedig mogelijk te realiseren na 1 januari 2026. Het gevolg van het verlagen van de rente afdekking is dat er minder langlopende staatsobligaties en rentederivaten nodig zijn in de beschermingsportefeuille vanaf 1 januari 2026. In 2025 zijn al wijzigingen aangebracht in de beschermingsportefeuille. In het 3ekwartaal van 2025 zijn langlopende staatsobligaties verkocht en in het 4kwartaal van 2025 zijn bilaterale rentederivaten omgezet naar rentederivaten die afgesloten worden via een centrale tegenpartij. Rentederivaten die afgesloten zijn via een centrale tegenpartij zijn makkelijker verhandelbaar. Tot 31 december 2025 is de rente afdekking van de beschermingsportefeuille gehandhaafd op 80%.