12.6Risicobeheer
Het pensioenfonds wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van het pensioenfonds is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Het solvabiliteitsrisico is daarmee het belangrijkste risico voor het pensioenfonds.
Het bestuur beschikt over een aantal beleidsinstrumenten ten behoeve van het beheersen van de risico's. Deze beleidsinstrumenten betreffen:
- beleggingsbeleid;
- premiebeleid;
- herverzekeringsbeleid;
- toeslagbeleid.
De keuze en toepassing van beleidsinstrumenten vindt plaats na uitvoerige analyses ten aanzien van te verwachten ontwikkelingen van de verplichtingen en de financiële markten. Daarbij wordt onder meer gebruikgemaakt van ALM-studies. Een ALM-studie is een analyse van de structuur van de pensioenverplichtingen en van verschillende beleggingsstrategieën en de ontwikkeling daarvan in diverse economische scenario’s.
De uitkomsten van deze analyses vinden hun weerslag in jaarlijks door het bestuur vast te stellen beleggingsrichtlijnen als basis voor het uit te voeren beleggingsbeleid. De beleggingsrichtlijnen geven normen en limieten aan waarbinnen de uitvoering van het beleggingsbeleid moet plaatsvinden. Ze zijn gericht op het beheersen van de volgende belangrijkste (beleggings)risico’s. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van derivaten.
Solvabiliteitsrisico's
Het belangrijkste risico voor het pensioenfonds betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel het risico dat het pensioenfonds niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit wordt gemeten op basis van zowel algemeen geldende normen als specifieke normen welke door de toezichthouder worden opgelegd.
Indien de solvabiliteit van het pensioenfonds zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat het pensioenfonds de premie voor de onderneming en deelnemers moet verhogen en het risico dat er geen ruimte beschikbaar is voor een eventuele toeslagverlening op opgebouwde pensioenrechten. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat het pensioenfonds verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten moet verminderen.
De aanwezige dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:
| Ontwikkeling dekkingsgraad | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Dekkingsgraad per 1 januari | 122,9% | 120,5% | ||
| Premie | -0,3% | 0,0% | ||
| Uitkeringen | 0,6% | 0,5% | ||
| Toeslagverlening | 0,0% | -1,9% | ||
| Beleggingsrendementen (exclusief renteafdekking) | -5,3% | 6,3% | ||
| Wijziging rentetermijnstructuur voorziening pensioenverplichtingen | 26,4% | -2,7% | ||
| Wijziging actuariële uitgangspunten | -0,8% | 0,2% | ||
| Kosten | -0,1% | 0,0% | ||
| Kanssystemen | -0,2% | -0,2% | ||
| Kruiseffecten | -1,9% | 0,2% | ||
| Dekkingsgraad per 31 december | 141,3% | 122,9% |
Onder kanssystemen worden de effecten op de dekkingsgraad als gevolg van wijzigingen inzake kosten, sterfte, arbeidsongeschiktheid en overige mutaties en correcties verwerkt. Daarnaast spelen kruiseffecten tussen de verschillende oorzaken een rol. Bij het analyseren van de invloed van verschillende factoren op het resultaat, wordt het effect van een factor afgezonderd van het effect van de andere factoren, waarbij deze andere factoren constant worden gehouden. Het gecombineerde effect van verschillende factoren kan dan afwijken van de som van de samenstellende delen. Dit verschil wordt veroorzaakt, doordat de factoren niet alleen invloed hebben op het eindresultaat, maar ook op elkaar. Dit verschijnsel wordt kruiseffecten genoemd.
Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient het pensioenfonds buffers in het vermogen aan te houden. De omvang van deze buffers (buffers plus de pensioenverplichtingen heten samen het vereist vermogen) wordt vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets (S-toets). Deze toets bevat een kwantificering van de bestuursvisie op de pensioenfondsspecifieke restrisico's (na afdekking).
De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende surplus aan het einde van het boekjaar is als volgt:
| Vereist Eigen Vemogen | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| S1 Renterisico | 2,9% | 2,1% | ||
| S2 Risico zakelijke waarden | 13,5% | 13,4% | ||
| S3 Valutarisico | 3,0% | 3,8% | ||
| S4 Grondstoffenrisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S5 Kredietrisico | 3,8% | 4,4% | ||
| S6 Verzekeringstechnische risico | 3,1% | 3,3% | ||
| S7 Liquiditeitsrisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S8 Concentratierisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S9 Operationeel risico | 0,0% | 0,0% | ||
| S10 Actief beheerrisico | 0,4% | 0,4% | ||
| Diversificatie-effect | -9,0% | -9,5% | ||
| Vereist Eigen Vermogen per 31 december | 17,7% | 17,9% |
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vereist pensioenvermogen | 4.475.127 | 5.243.944 | ||
| Technische voorzieningen | 3.801.730 | 4.448.271 | ||
| Vereist eigen vermogen | 673.397 | 795.673 | ||
| Aanwezig vermogen (Totaal activa -/- schulden) |
1.568.759 | 1.018.523 | ||
| Surplus | 895.362 | 222.850 |
De buffers zijn berekend op basis van de standaardmethode waarbij voor de samenstelling van de beleggingen wordt uitgegaan van de strategische beleggingsmix in de evenwichtssituatie. Het surplus wordt bepaald op basis van de vermogensstand ultimo 2025. De feitelijke dekkingsgraad (141,3%) is per 31 december 2025 hoger dan de dekkingsgraad op basis van het vereist vermogen (117,7%).
Beleggingsrisico
De belangrijkste beleggingsrisico's betreffen het markt-, krediet- en liquiditeitsrisico. Het marktrisico is uit te splitsen in renterisico, valutarisico en prijs(koers)risico. Marktrisico wordt gelopen op de verschillende beleggingsmarkten waarin het pensioenfonds op basis van het vastgestelde beleggingsbeleid actief is. De beheersing van het risico is geïntegreerd in het beleggingsproces. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid kunnen zich voorts risico's manifesteren uit hoofde van de geselecteerde managers en bewaarbedrijven (zogeheten manager- en custody risico), en de juridische bepalingen omtrent gebruikte instrumenten en de uitvoeringsovereenkomst (juridisch risico). Het marktrisico wordt beheerst doordat met de vermogensbeheerder specifieke mandaten zijn afgesproken, welke in overeenstemming zijn met de beleidskaders en richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld door het bestuur. Het bestuur monitort de mate van naleving van deze mandaten. De marktposities worden periodiek gerapporteerd.
Renterisico (S1)
Renterisico is het risico dat de waarde van de portefeuille vastrentende waarden en de waarde van de pensioenverplichtingen veranderen als gevolg van ongunstige veranderingen in de marktrente. Maatstaf voor het meten van rentegevoeligheid is de duration. De duration is de gewogen gemiddelde resterende looptijd in jaren.
Het beleid van het pensioenfonds is gericht op het verkleinen van de "duration-mismatch". Dit wordt gerealiseerd door het kopen van meer langlopende obligaties in plaats van aandelen (aandelen hebben per definitie een duration van nul), het binnen de portefeuille kortlopende obligaties vervangen door langlopende obligaties of door middel van het gebruik maken van renteswaps of swaptions.
Het pensioenfonds heeft als beleid om 80% van het rentemismatchrisico af te dekken. De bandbreedte van de strategische renteafdekking is 75 - 85%. Dit risico bestaat uit het verschil in rentegevoeligheid tussen beleggingen en verplichtingen.
De duratie en het effect van de renteafdekking kan als volgt worden samengevat:
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | Duration | € | Duration | |||||
| Vastrentende waarden (vóór derivaten) | 2.770.551 | 6,2 | 3.497.690 | 9,3 | ||||
| Vastrentende waarden (na derivaten) | 2.323.099 | 23,6 | 3.391.552 | 20,0 | ||||
| Technische voorzieningen | 3.801.730 | 16,6 | 4.448.271 | 19,2 |
De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 1 jaar | 704.474 | 25,4% | 955.843 | 27,6% | ||||
| Resterende looptijd > 1 en < 5 jaar | 511.002 | 18,4% | 400.039 | 11,5% | ||||
| Resterende looptijd > 5 | 1.555.075 | 56,1% | 2.111.340 | 60,9% | ||||
| Totaal | 2.770.551 | 100,0% | 3.467.222 | 100,0% |
De presentatie van de vastrentende waarden in bovenstaande looptijden hangt samen met het lange termijn karakter van de investeringen van het pensioenfonds en het hiermee samenhangende beleid en ter vergelijking met de looptijden van de verplichtingen zoals in onderstaand overzicht weergegeven.
De resterende looptijd van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds kan als volgt worden weergegeven:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 5 jaar | 630.062 | 16,6% | 600.522 | 13,5% | ||||
| Resterende looptijd > 5 en < 10 jaar | 650.041 | 17,1% | 641.983 | 14,4% | ||||
| Resterende looptijd > 10 en < 20 jaar | 1.181.027 | 31,1% | 1.287.336 | 28,9% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 1.340.600 | 35,3% | 1.918.430 | 43,1% | ||||
| Totaal | 3.801.730 | 100,0% | 4.448.271 | 100,0% |
Risico zakelijke waarden (S2)
Zakelijke waarden risico is het risico dat de waarde van de zakelijke waarden (voornamelijk aandelen, beursgenoteerd indirect vastgoed en converteerbare obligaties) verandert door veranderingen in de marktprijzen voor deze waarden. Het structurele marktrisico wordt beheerst binnen het ALM-proces. Daarin wordt een zodanige beleggingsmix vastgesteld dat het marktrisico acceptabel is. De feitelijke beleggingsmix mag binnen vastgestelde bandbreedtes afwijken van de ALM-beleggingsmix. Voor de beheersing van het marktrisico in samenhang met het renterisico wordt gebruik gemaakt van derivaten.
Valutarisico (S3)
Het valutarisico is het risico dat de waarde van een financieel instrument zal fluctueren als gevolg van veranderingen in valutawisselkoersen. Het totaalbedrag van de gehele beleggingsportefeuille dat buiten de euro wordt belegd, bedraagt ultimo 2025 € 2.411.890 (2024: € 1.914.950). Na valuta afdekking is 83% (2024: 92%) genoteerd in euro.
De valutapositie per 31 december 2025 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
| 31-12-2025 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
|||
| EUR | 2.911.397 | 1.493.379 | 4.404.776 | |||
| GBP | 127.974 | 0 | 127.974 | |||
| JPY | 91.899 | 0 | 91.899 | |||
| USD | 1.545.901 | -1.496.179 | 49.722 | |||
| Overige | 646.116 | 0 | 646.116 | |||
| Totaal | 5.323.287 | -2.800 | 5.320.487 |
De valutapositie per 31 december 2024 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
| 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
|||
| EUR | 3.509.282 | 1.471.285 | 4.980.567 | |||
| GBP | 48.825 | 0 | 48.825 | |||
| JPY | 93.043 | 0 | 93.043 | |||
| USD | 1.615.367 | -1.493.784 | 121.583 | |||
| Overige | 157.715 | 0 | 157.715 | |||
| Totaal | 5.424.232 | -22.499 | 5.401.733 |
Wijzigingen in de valutakoersen zijn van invloed op de ontwikkeling van de dekkingsgraad voor zover deze niet zijn afgedekt. Een restrisico betreft de categorie overige valuta’s; deze valuta’s betreffen valuta’s in opkomende markten en/of valuta’s die een correlatie hebben met de USD. Het bestuur heeft besloten om deze risico’s niet af te dekken. In de solvabiliteitstoets van het pensioenfonds is in de buffers voor het valutarisico rekening gehouden met bovenstaande valutaposities en afdekkingen.
Prijsrisico
Prijsrisico is het risico van waardewijzigingen door de ontwikkeling van marktprijzen. Het wordt veroorzaakt door factoren gerelateerd aan een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren.
Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie die onder meer is vastgelegd in de strategische beleggingsmix van het pensioenfonds.
De segmentatie van de aandelen naar regio is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 316.169 | 16,5% | 296.996 | 16,1% | ||||
| Noord-Amerika | 1.269.853 | 66,1% | 1.176.232 | 63,6% | ||||
| Azië | 281.371 | 14,7% | 323.581 | 17,5% | ||||
| Pacific | 22.176 | 1,2% | 27.992 | 1,5% | ||||
| Overig | 30.478 | 1,6% | 25.256 | 1,4% | ||||
| Totaal | 1.920.047 | 100,0% | 1.850.057 | 100,0% |
De segmentatie van aandelen naar sectoren is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Energie | 56.492 | 2,9% | 74.893 | 4,0% | ||||
| Bouw- en grondstoffen | 69.831 | 3,6% | 64.314 | 3,5% | ||||
| Nijverheid en industrie | 549.650 | 28,6% | 179.993 | 9,7% | ||||
| Duurzame consumentengoederen | 0 | 0,0% | 209.022 | 11,3% | ||||
| Consumentengebruiksgoederen | 29.773 | 1,6% | 117.722 | 6,4% | ||||
| Gezondheidszorg | 130.541 | 6,8% | 186.906 | 10,1% | ||||
| Financiële dienstverlening | 361.926 | 18,8% | 317.582 | 17,2% | ||||
| Informatietechnologie | 44.327 | 2,3% | 506.083 | 27,4% | ||||
| Telecommunicatie | 516.531 | 26,9% | 152.496 | 8,2% | ||||
| Nutsbedrijven | 13.538 | 0,7% | 31.618 | 1,7% | ||||
| Vastgoed | 2.101 | 0,1% | 4.467 | 0,2% | ||||
| Overige | 145.337 | 7,6% | 4.961 | 0,3% | ||||
| Totaal | 1.920.047 | 100,0% | 1.850.057 | 100,0% |
De samenstelling van de vastgoedbeleggingen naar regio's kan als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 593.908 | 94,4% | 559.710 | 93,0% | ||||
| Noord-Amerika | 32.201 | 5,1% | 35.666 | 5,9% | ||||
| Azië | 3.341 | 0,5% | 3.695 | 0,6% | ||||
| Pacific | 0 | 0,0% | 2.815 | 0,5% | ||||
| Totaal | 629.450 | 100,0% | 601.886 | 100,0% |
Een nadere detaillering van de segmentatie van de vastgoedbeleggingen naar aard van het vastgoed is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Winkels | 248.958 | 39,6% | 479.431 | 79,7% | ||||
| Woningen | 90.938 | 14,4% | 122.456 | 20,3% | ||||
| Overige | 289.554 | 46,0% | -1 | -0,0% | ||||
| Totaal | 629.450 | 100,0% | 601.886 | 100,0% |
Kredietrisico (S5)
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor het pensioenfonds als gevolg van faillissement of betalingsonmacht van tegenpartijen waarop het pensioenfonds (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee Over The Counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan en aan bijvoorbeeld herverzekeraars.
Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft betrekking op het risico dat partijen waarmee het pensioenfonds transacties is aangegaan niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten waardoor het pensioenfonds financiële verliezen lijdt.
Beheersing van dit risico door het pensioenfonds vindt plaats door het stellen van limieten aan tegenpartijen op totaalniveau, dat wil zeggen met inachtneming van alle posities die een tegenpartij heeft jegens het pensioenfonds; het vragen van extra zekerheden zoals onderpand en dergelijke bij hypothecaire geldleningen en het uitlenen van effecten; het hanteren van prudente verstrekkingsnormen bij hypothecaire geldleningen. Ter afdekking van het settlementrisico wordt door het pensioenfonds enkel belegd in markten waar een voldoende betrouwbaar clearing- en settlementsysteem functioneert. Voordat in nieuwe markten wordt belegd, wordt eerst onderzoek gedaan naar de waarborgen op dit gebied. Met betrekking tot niet-beursgenoteerde beleggingen, met name OTC-derivaten, wordt door het pensioenfonds enkel gewerkt met tegenpartijen waarmee ISDA/CSA-overeenkomsten zijn afgesloten zodat posities van het pensioenfonds adequaat worden afgedekt door onderpand.
De samenstelling van de vastrentende waarden sectoren is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Handel- en industriële bedrijven | 240.967 | 8,7% | 122.840 | 3,5% | ||||
| Buitenlandse overheidsinstellingen | 793.720 | 28,6% | 1.469.157 | 42,4% | ||||
| Financiële instellingen | 1.562.239 | 56,4% | 1.615.380 | 46,6% | ||||
| Nederlandse overheidsinstellingen | 67.840 | 2,4% | 197.104 | 5,7% | ||||
| Overige | 105.785 | 3,8% | 62.741 | 1,8% | ||||
| Totaal | 2.770.551 | 100,0% | 3.467.222 | 100,0% |
De samenstelling van de vastrentende waarden naar regio's kan als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 2.183.592 | 78,8% | 3.010.460 | 86,7% | ||||
| Noord-Amerika | 298.788 | 10,8% | 143.409 | 4,1% | ||||
| Azië | 118.866 | 4,3% | 139.887 | 4,0% | ||||
| Pacific | 54.865 | 2,0% | 26.226 | 0,8% | ||||
| Overige | 114.440 | 4,1% | 147.240 | 4,3% | ||||
| Totaal | 2.770.551 | 100,0% | 3.467.222 | 100,0% |
De kredietwaardigheid van veel marktpartijen wordt ook door rating agencies beoordeeld. De samenvatting van de vastrentende waarden op basis van de ratings zoals gepubliceerd door bekende rating agencies is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AAA | 712.492 | 25,7% | 1.144.362 | 33,0% | ||||
| AA | 749.533 | 27,1% | 1.150.707 | 33,1% | ||||
| A | 542.025 | 19,6% | 251.551 | 7,4% | ||||
| BBB | 305.338 | 11,0% | 267.688 | 7,7% | ||||
| Lager dan BBB | 232.592 | 8,4% | 201.589 | 5,8% | ||||
| Geen rating | 228.571 | 8,3% | 451.325 | 13,0% | ||||
| Totaal | 2.770.551 | 100,0% | 3.467.222 | 100,0% |
Verzekeringstechnische risico's (actuariële risico's, S6)
Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat voortvloeit uit mogelijke afwijkingen van actuariële inschattingen die worden gebruikt voor de vaststelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie. De belangrijkste actuariële risico's zijn de risico's van langleven, overlijden (kortleven), arbeidsongeschiktheid en het toeslagrisico.
Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het belangrijkste verzekeringstechnische risico. Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de voorziening pensioenverplichtingen. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichting. Door toepassing van prognosetafels met adequate correcties voor ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verdisconteerd in de waardering van de pensioenverplichtingen.
Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat het pensioenfonds in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen waarvoor door het pensioenfonds geen voorzieningen zijn getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen.
Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het arbeidsongeschiktheidsrisico betreft het risico dat het pensioenfonds voorzieningen moet treffen voor premievrijstelling bij invaliditeit en het toekennen van een arbeidsongeschiktheidspensioen ('schadereserve'). Voor dit risico wordt jaarlijks een risicopremie in rekening gebracht. Het verschil tussen de risicopremie en de werkelijke kosten wordt verwerkt via het resultaat. De actuariële uitgangspunten voor de risicopremie worden periodiek herzien. Het beleid van het pensioenfonds is om het overlijden- en arbeidsongeschiktheidsrisico niet te herverzekeren.
Toeslagrisico
Het toeslagrisico omvat het risico dat de ambitie van het bestuur om toeslagen op pensioen toe te kennen in relatie tot de algemene prijsontwikkeling niet kan worden gerealiseerd. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, beleggingsrendementen, looninflatie en demografie (beleggings- en actuariële resultaten) echter, afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toeslagverlening voorwaardelijk is.
Liquiditeitsrisico (S7)
Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor het pensioenfonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische en tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er moet eveneens rekening worden gehouden met de directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten zoals premies.
Concentratierisico (S8)
Concentraties kunnen ertoe leiden dat het pensioenfonds bij grote veranderingen in bijvoorbeeld de waardering (marktrisico) of de financiële positie van een tegenpartij (kredietrisico) grote (veelal financiële) gevolgen hiervan ondervindt. Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie in de beleggingsportefeuille in producten, regio's of landen, economische sectoren of tegenpartijen. Naast concentraties in de beleggingsportefeuille kan ook sprake zijn van concentraties in de verplichtingen en de uitvoering.
Om concentratierisico's in de beleggingsportefeuille te beheersen maakt het Bestuur gebruik van diversificatie en limieten voor beleggen in landen, regio's, landen, sectoren en tegenpartijen. Deze uitgangspunten zijn door het pensioenfonds vastgesteld op basis van de ALM-studie. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de contractuele afspraken met de vermogensbeheerders en het Bestuur monitort op kwartaalbasis de naleving hiervan.
De spreiding in de beleggingsportefeuille is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico. Grote posten kunnen een post van concentratierisico zijn. Om te bepalen welke posten dit betreft worden per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur opgeteld. Als grote post wordt aangemerkt elke post die meer dan 2% van het balanstotaal uitmaakt.
De volgende grote posten met meer dan 2% van het balanstotaal zijn aanwezig:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoed | ||||||||
| Franklin Templeton Soc | 121.700 | 2,1% | 115.777 | 1,8% | ||||
| M&G PLC | 398.988 | 6,8% | 378.755 | 5,9% | ||||
| Aandelen | ||||||||
| Northern Trust Emerging markets Custom ESG Equity Fund | 267.565 | 4,5% | 263.607 | 4,1% | ||||
| Vastrentende waarden | ||||||||
| BlackRock Institutional Cash Series Euro Liquidity Fund | 740.068 | 12,5% | 641.205 | 10,0% | ||||
| Achmea Hypotheken Discretionair Particulier | 270.699 | 4,6% | 245.178 | 3,8% | ||||
| Duitse staatsobligaties | 185.155 | 3,1% | 495.466 | 7,7% | ||||
| Aegon Asset Managenent Mortgage Fund 2 | 284.595 | 4,8% | 244.384 | 3,8% | ||||
| Legal & General ESG Emerging Markets Government Bonds | 163.849 | 2,8% | 149.976 | 2,3% | ||||
| Neuberger Berman Emerging Markets Equity Fund | 167.371 | 2,8% | 156.826 | 2,4% | ||||
| Nederlandse staatsobligaties | 66.996 | 1,1% | 215.133 | 3,4% | ||||
| Franse staatsobligaties | 97.232 | 1,6% | 333.046 | 5,2% | ||||
| Barings | 186.003 | 3,2% | 186.343 | 2,9% | ||||
| Europese Unie | 104.443 | 1,8% | 138.890 | 2,2% | ||||
| Totaal | 3.054.664 | 51,7% | 3.564.586 | 55,7% |
Operationeel risico (S9)
Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Deze risico's worden door het pensioenfonds beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken. Deze kwaliteitseisen worden periodiek getoetst door het bestuur.
De bewaring van de stukken uit de portefeuille is ondergebracht bij Custodian BNP Paribas.
De pensioenuitvoering is uitbesteed aan pensioenuitvoerder TKP. Hiermee is een uitbestedingsovereenkomst en een service level overeenkomst (SLA) gesloten.
Het bestuur beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van de uitvoering van de vermogensbeheerders en TKP door middel van performancerapportages (alleen vermogensbeheerders), SLA-rapportages en onafhankelijk getoetste interne beheersingsrapportages (ISAE 3402-rapportages of SOC-1-rapportage) en het In Control Statement (alleen TKP).
Aangezien hiermee sprake is van adequate beheersing van de operationele risico's worden door het pensioenfonds hiervoor geen buffers aangehouden in de solvabiliteitstoets.
Actief risico (S10)
Een actief beleggingsrisico ontstaat wanneer met het beleggingsbeleid binnen de beleggingscategorieën afgeweken wordt van het beleid volgens de benchmark. Het pensioenfonds kiest voor actief beheer wanneer er gegronde redenen zijn om daar een meerwaarde van te verwachten. Waar dat niet het geval is, wordt voor een passieve oplossing gekozen. Vandaar dat voor die delen van de portefeuille waarbij sprake is van actief beheer in aanvulling op het standaardmodel van DNB een aanvullende buffer S10 wordt aangehouden. Voor de categorie aandelen wordt een opslag voor actief beheer gerekend. Voor de categorieën vastrentende waarden en vastgoed wordt het actief beheer risico afwezig geacht. Voor de berekening van de opslag voor actief beheer wordt uitgegaan van een methodiek waarbij gebruik gemaakt wordt van de tracking error. De tracking error geeft aan hoe groot de afwijkingen van het rendement kunnen zijn ten opzichte van het benchmarkrendement. Hoe hoger de tracking error, hoe hoger het actief risico.
Systeemrisico
Systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van het pensioenfonds niet langer verhandelbaar zijn en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen, is dit risico voor het pensioenfonds niet beheersbaar.