12.5Toelichting op de balans per 31 december 2025
1. Beleggingen voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 601.886 | 1.850.057 | 3.467.222 | -128.723 | -388.709 | 5.401.733 | ||||||
| Aankopen | 16.024 | 390.422 | 4.222.018 | 25.134 | 3.385.574 | 8.039.172 | ||||||
| Verkopen | -16.473 | -463.071 | -4.770.364 | -117.815 | -2.636.339 | -8.004.062 | ||||||
| Herwaardering | 28.013 | 142.639 | -132.373 | -228.847 | -92 | -190.660 | ||||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | -15.952 | 0 | 90.256 | 74.304 | ||||||
| Stand per 31 december 2025 | 629.450 | 1.920.047 | 2.770.551 | -450.251 | 450.690 | 5.320.487 | ||||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 480.034 | |||||||||||
| Schuldpositie overige beleggingen (credit) | 35.943 | |||||||||||
| Totaal | 5.836.464 |
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 498.355 | 1.712.741 | 2.792.623 | -188.704 | 154.992 | 4.970.007 | ||||||
| Aankopen | 116.526 | 302.219 | 6.486.727 | 804.990 | 2.780.362 | 10.490.824 | ||||||
| Verkopen | -23.128 | -557.785 | -5.851.030 | -694.518 | -3.261.344 | -10.387.805 | ||||||
| Herwaardering | 11.605 | 397.852 | 54.980 | -50.491 | -42 | 413.904 | ||||||
| Overige mutaties | -1.472 | -4.970 | -16.078 | 0 | -62.677 | -85.197 | ||||||
| Stand per 31 december 2024 | 601.886 | 1.850.057 | 3.467.222 | -128.723 | -388.709 | 5.401.733 | ||||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 340.461 | |||||||||||
| Schuldpositie overige beleggingen (credit) | 583.859 | |||||||||||
| Totaal | 6.326.053 |
Door de overgang van custodian per 1 juli 2025 is de presentatiewijze van de beleggingen gewijzigd. Vorderingen maken geen onderdeel meer uit van de beleggingen, maar worden gepresenteerd onder de vorderingen en overlopende activa. Voor de vergelijkbaarheid is dit ook met terugwerkende kracht aangepast voor 2024.
Vastgoedbeleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed | 629.450 | 601.886 | ||
| Totaal | 629.450 | 601.886 |
Aandelen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beursgenoteerde en niet beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen | 1.920.047 | 1.850.057 | ||
| Totaal | 1.920.047 | 1.850.057 |
Vastrentende waarden
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Obligaties | 849.531 | 2.108.980 | ||
| Hypothecaire leningen | 555.294 | 478.931 | ||
| Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden | 1.179.723 | 0 | ||
| Beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden | 186.003 | 0 | ||
| Leningen op schuldbekentenis | 0 | 222.726 | ||
| Deposito's en dergelijke | 0 | 15.953 | ||
| Liquide middelen | 0 | 640.632 | ||
| Totaal | 2.770.551 | 3.467.222 |
Derivaten
Voor de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruikgemaakt van financiële derivaten. Als hoofdregel geldt dat derivaten uitsluitend worden gebruikt voor zover dit passend is binnen het algemene beleggingsbeleid. De portefeuillestructuur en het risicoprofiel, berekend inclusief de economische effecten van derivaten, dienen zich binnen de door het bestuur vastgestelde grenzen (limieten) te bevinden.
Het pensioenfonds gebruikt derivaten voornamelijk om het valutarisico, renterisico en inflatierisico af te dekken. Eén van de belangrijkste risico's bij derivaten is het kredietrisico. Dit is het risico dat tegenpartijen niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Dit risico wordt beperkt door alleen transacties aan te gaan met te goeder naam en faam bekend staande partijen. Bovendien geldt dat zoveel mogelijk wordt gewerkt met onderpand.
Gebruik wordt gemaakt van onder meer de volgende instrumenten:
- Valutatermijncontracten: dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van valutatermijncontracten worden valutarisico's afgedekt.
- Renteswaps: dit betreft met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het uitwisselen van rentebetalingen over een nominale hoofdsom. Door middel van swaps kan het pensioenfonds de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden.
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2025:
| 2025 Type contract |
Contract-omvang | Saldo waarde | Positieve waarde | Negatieve waarde | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 1.497.312 | -2.800 | 8 | -2.808 | ||||
| Aandelenderivaten | -43.055 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Kredietderivaten | 36.571 | -840 | 0 | -840 | ||||
| Rentederivaten | 4.222.888 | -446.611 | 29.775 | -476.386 | ||||
| 5.713.716 | -450.251 | 29.783 | -480.034 |
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2024:
| 2024 Type contract |
Contract-omvang | Saldo waarde | Positieve waarde | Negatieve waarde | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | -1.466.232 | -22.499 | 285 | 22.784 | ||||
| Aandelenderivaten | -61.728 | 843 | 1.038 | 195 | ||||
| Kredietderivaten | 19.628 | -403 | 0 | 403 | ||||
| Rentederivaten | 1.493.122 | -106.664 | 210.415 | 317.079 | ||||
| -15.210 | -128.723 | 211.738 | 340.461 |
Overige beleggingen
Onderstaande tabel geeft de specificatie van de overige beleggingen per 31 december weer:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen uit verstrekt onderpand | 486.633 | 195.150 | ||
| Totaal | 486.633 | 195.150 |
Securities lending
Het pensioenfonds participeert niet direct in securities lending. Binnen de beleggingsfondsen kan securities lending wel plaatsvinden.
Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.
Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bijvoorbeeld derivaten, zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten.
Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:
| (bedragen x € 1.000) | Direct markt-noteringen | Afgeleide markt-noteringen | Waarderingsmodellen | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoed beleggingen | 0 | 40.910 | 588.540 | 629.450 | ||||
| Aandelen | 1.920.047 | 0 | 0 | 1.920.047 | ||||
| Vastrentende waarden | 1.879.873 | 0 | 890.678 | 2.770.551 | ||||
| Derivaten | 0 | 0 | -450.251 | -450.251 | ||||
| Overige beleggingen | 450.690 | 0 | 0 | 450.690 | ||||
| Stand per 31 december 2025 | 4.250.610 | 40.910 | 1.028.967 | 5.320.487 |
| (bedragen x € 1.000) | Direct markt-noteringen | Afgeleide markt-noteringen | Waarderingsmodellen | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoed beleggingen | 0 | 46.167 | 555.719 | 601.886 | ||||
| Aandelen | 1.850.057 | 0 | 0 | 1.850.057 | ||||
| Vastrentende waarden | 3.019.748 | 0 | 447.474 | 3.467.222 | ||||
| Derivaten | 843 | 0 | -129.566 | -128.723 | ||||
| Overige beleggingen | -39 | 0 | -388.670 | -388.709 | ||||
| Stand per 31 december 2024 | 4.870.609 | 46.167 | 484.957 | 5.401.733 |
2. Vorderingen en overlopende activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beleggingsvorderingen | 24.597 | 35.321 | ||
| Vorderingen op werkgever(s) | 31.510 | 32.524 | ||
| Overige vorderingen | 936 | 512 | ||
| Totaal | 57.043 | 68.357 |
Door de overgang van custodian per 1 juli 2025 is de presentatiewijze van de beleggingen gewijzigd. Vorderingen maken geen onderdeel meer uit van de beleggingen, maar worden gepresenteerd onder de vorderingen en overlopende activa. Voor de vergelijkbaarheid is dit ook met terugwerkende kracht aangepast voor 2024.
| (bedragen x € 1.000) | ||||
| Beleggingsvorderingen | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
| Vastgoed | 0 | 773 | ||
| Aandelen | 4.508 | 4.080 | ||
| Vastrentende waarden | 13.820 | 30.468 | ||
| Overige beleggingen | 811 | 0 | ||
| Derivaten (renteswaps) | 5.458 | 0 | ||
| Totaal | 24.597 | 35.321 |
| (bedragen x € 1.000) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Specificatie Vorderingen op werkgever(s) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
| Vorderingen op werkgevers | 32.637 | 33.860 | ||
| Voorziening dubieuze debiteuren | -1.127 | -1.336 | ||
| Totaal | 31.510 | 32.524 |
De vorderingen hebben voornamelijk betrekking op premies over de maanden november en december.
| (bedragen x € 1.000) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Specificatie Verloop Voorziening dubieuze debiteuren | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
| Stand per 1 januari | 1.336 | 650 | ||
| Nagekomen baten/afgeschreven vorderingen | -1.385 | -365 | ||
| Dotatie | 1.176 | 1.051 | ||
| Stand per 31 december | 1.127 | 1.336 |
3. Overige activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Liquide middelen | 9.442 | 10.349 | ||
| Totaal | 9.442 | 10.349 |
De tegoeden bij banken staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds. Er zijn geen kredietfaciliteiten van toepassing.
PASSIVA
4. Stichtingskapitaal en reserves
| (bedragen x € 1.000) | Algemene reserve | Bestemmings-reserves | Reserve pensioenrisico's |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 85.894 | 5.236 | 763.579 | 854.709 | ||||
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten | 136.956 | 23 | 32.094 | 169.073 | ||||
| Stand per 31 december 2024 | 222.850 | 5.259 | 795.673 | 1.023.782 | ||||
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten | 672.512 | -607 | -122.276 | 549.629 | ||||
| Stand per 31 december 2025 | 895.362 | 4.652 | 673.397 | 1.573.411 |
Bestemmingsreserves
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Bestemmingsreserve 58-plusregeling | 3.869 | 4.352 | ||
| Bestemmingsreserve Houthandel | 783 | 907 | ||
| Stand per eind boekjaar | 4.652 | 5.259 |
Bestemmingsreserve 58-plusregeling
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per eind boekjaar | 4.352 | 4.344 | ||
| Bestemming saldo van baten en lasten | -483 | 8 | ||
| Stand per eind boekjaar | 3.869 | 4.352 |
Bestemmingsreserve Houthandel
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per begin boekjaar | 907 | 892 | ||
| Bestemming saldo van baten en lasten | -124 | 15 | ||
| Stand per eind boekjaar | 783 | 907 |
Vermogenspositie
Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico’s van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de risicoparagraaf.
Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stichtingskapitaal en reserves (exclusief bestemmingsreserves) | 1.568.759 | 141,3% | 1.018.523 | 122,9% | ||||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 165.166 | 104,3% | 188.529 | 104,2% | ||||
| Vereist eigen vermogen | 673.397 | 117,7% | 795.673 | 117,9% |
De beleidsdekkingsgraad is eind 2025 132,0% (2024: 124,7%). De vermogenspositie van het pensioenfonds kan worden gekarakteriseerd als een situatie met een toereikende solvabiliteit (2024: idem).
De reële dekkingsgraad betreft ultimo 2025 93,6% (2024: 92,8%).
Herstelplan
Het pensioenfonds hoefde in 2025 geen herstelplan meer in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (124,7%) per 31 december 2024 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist eigen vermogen (117,9%).
De situatie is eind 2025 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 (132,0%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2025 (117,7%).
Statutaire regelingen omtrent de bestemming van het saldo van baten en lasten
Ten aanzien van de bestemming van het saldo van baten en lasten is geen bepaling opgenomen in de statuten van het pensioenfonds. Het voorstel resultaatbestemming 2025 is opgenomen in de paragraaf van de staat van baten en lasten in de jaarrekening. De balans wordt opgemaakt na resultaatbestemming. Dit betekent dat het saldo van baten en lasten, zoals blijkend uit de staat van baten en lasten verwerkt is in het eigen vermogen.
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | |
|---|---|---|
| Algemene reserve | 895.362 | |
| Bestemmingsreserve 58-plusregeling | 3.869 | |
| Bestemmingsreserve Houthandel | 783 | |
| Reserve pensioenrisico`s | 673.397 | |
| Stand per eind boekjaar | 1.573.411 |
Technische voorzieningen
5. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 4.308.253 | 4.018.144 | ||
| Pensioenopbouw | 130.000 | 120.616 | ||
| Toeslagverlening | 0 | 63.517 | ||
| Rentetoevoeging | 100.877 | 138.920 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen | -123.474 | -117.135 | ||
| Wijziging marktrente | -762.248 | 89.603 | ||
| Wijziging actuariële uitgangspunten | 26.637 | -7.446 | ||
| Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten | -4.212 | -1.889 | ||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | 6.230 | 3.923 | ||
| Stand per 31 december | 3.682.063 | 4.308.253 |
Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten niet langer opgenomen als onderdeel van de technische voorziening, maar separaat gepresenteerd. Deze wijziging kwalificeert als een stelselwijziging die op grond van RJ 140.208 retrospectief dient te worden toegepast. In de vergelijkende cijfers is de technische voorziening derhalve aangepast. Aangezien de voorziening operationele kosten in het verleden onderdeel uitmaakte van verschillende toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn de vergelijkende cijfers binnen de specificatie van de technische voorziening aangepast om deze gewijzigde presentatie tot uitdrukking te brengen.
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.
Toeslagverlening
Het pensioenfonds streeft ernaar de opgebouwde pensioenrechten van de deelnemers jaarlijks te verhogen met de prijsontwikkeling. Het betreft een voorwaardelijke toeslagverlening die afhankelijk van de financiële situatie van het pensioenfonds verleend wordt. De toeslagen worden gefinancierd door overrendement. Per 1 januari 2026 is geen toeslag verleend, de pensioenen zijn echter wel verhoogd als gevolg van het invaren naar het nieuwe stelsel. Het pensioenfonds heeft per 1 januari 2025 een toeslag verleend van 1,47% en voor ingegane arbeidsongeschiktheidspensioenen was dit 2,31%. De toekomstige pensioenopbouw van arbeidsongeschikten is per 1 januari 2026 onvoorwaardelijk verhoogd met 2,00% (2025: 5,50%).
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 2,330% (2024: 3,439%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2024 (2024: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2023).
Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder wijziging marktrente.
Wijziging actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.
In 2025 is besloten om voor de voorziening niet-opgevraagde pensioenen (NOP) de duur te wijzigen van 5 jaar naar 10 jaar. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van 6.992 en daardoor een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,2%. Ook heeft een aanpassing van de correctiefactoren op sterftekansen, oftewel de ervaringssterfte, plaatsgevonden. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van 14.458 en een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,4%. Daarnaast zijn de partnerfrequenties gewijzigd. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van 5.897 en een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,2%. Tot slot is door de overgang naar Wtp voor het arbeidsongeschiktheidspensioen en het tijdelijk partnerpensioen rekening gehouden met de prognose AOW leeftijd in plaats van de gepubliceerde leeftijd. Hierdoor is de eindleeftijd verschoven. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van 156 en een verlagend effect op de dekkingsgraad van afgerond 0,0%. Het saldo van wijzigingen bedraagt 27.503 en dit heeft in totaal een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,8%. Van het totale bedrag van 27.503 ziet 26.637 op de wijziging van de voorziening pensioenverplichtingen en 866 (3,25% van de voorziening pensioenverplichtingen) op de wijzing van de voorziening operationele kosten. Deze laatste wijziging is opgenomen onder 6.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Toevoeging aan de technische voorziening | 8.457 | 8.149 | ||
| Onttrekking aan de technische voorziening | -12.669 | -10.038 | ||
| Totaal | -4.212 | -1.889 |
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Resultaat op kanssysteem: | ||||
| - Sterfte | -1.051 | 21 | ||
| - Arbeidsongeschiktheid | 8.464 | 5.148 | ||
| - Mutaties | -598 | -730 | ||
| - Overige technische grondslagen | -585 | -516 | ||
| Totaal | 6.230 | 3.923 |
Het resultaat op sterfte is een gevolg van het feit dat de werkelijke sterfte afwijkt van de veronderstelde sterfte.
Actuariële resultaten op arbeidsongeschiktheid ontstaan doordat de werkelijke schade als gevolg van invalidering afwijkt van de in de premiestelling veronderstelde invalidering.
De mutaties bestaan onder meer uit de wijziging van aanspraken vanuit niet opgevraagde pensioenmutaties en flexibiliseringsmutaties.
Overige technische grondslagen ziet grotendeels toe op de mutatie van de kosten.
De voorziening voor pensioenverplichtingen, inclusief de voorziening operationele kosten, is naar categorieën als volgt samengesteld:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | Aantallen | € | Aantallen | |||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 1.274.306 | 28.232 | 1.619.599 | 28.082 | ||||
| Pensioengerechtigden | 1.378.708 | 35.885 | 1.408.569 | 36.014 | ||||
| Gewezen deelnemers | 1.029.049 | 55.126 | 1.280.085 | 54.812 | ||||
| Overig | 119.667 | 140.018 | ||||||
| Totaal | 3.801.730 | 119.243 | 4.448.271 | 118.908 |
Overig bestaat uit de reservering voor toekomstige uitvoeringskosten voor de uitvoering van de pensioenregeling, welke onder 6 is opgenomen.
Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling kan worden gekenmerkt als een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 68 jaar. Het pensioenfonds voert een pensioenregeling voor Meubel, Tentoonstellingsbouw en Orgelbouw (regeling A) en een pensioenregeling van Houthandel (regeling B).
Jaarlijks wordt een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd door deelnemers van regeling A van 1,875% en door deelnemers van regeling B van 1,875% van de in dat jaar geldende pensioengrondslag. De pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend loon, gemaximeerd op € 71.306, onder aftrek van een franchise. De franchise wordt jaarlijks vastgesteld. Het pensioengevend loon en de franchise wijken af tussen de verschillende sectoren. Voor alle deelnemers bestaat er recht op nabestaanden- en wezenpensioen. Jaarlijks beslist het bestuur van het pensioenfonds de mate waarin de opgebouwde aanspraken worden geïndexeerd. Overeenkomstig artikel 10 van de Pensioenwet kwalificeert de pensioenregeling als een premieovereenkomst.
Toeslagverlening
De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur. Er bestaat een ambitie om jaarlijks de pensioenrechten en pensioenaanspraken aan te passen. De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen. De toeslag bedraagt maximaal de stijging van de consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens (afgeleid), zoals vastgesteld door het CBS in de periode september - september.
Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het pensioenfonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het pensioenfonds, en daarvoor zijn beleggingsresultaten een belangrijk element.
6. Voorziening operationele kosten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 140.018 | 130.590 | ||
| Toevoeging opslag toekomstige uitvoeringskosten | 4.012 | 3.722 | ||
| Onttrekking vanwege dekking uitvoeringskosten huidig verslagjaar | -4.404 | -4.141 | ||
| RTS-effect | -21.494 | 7.942 | ||
| Wijziging actuariële uitgangspunten | 866 | -242 | ||
| Overige mutaties | 669 | 2.147 | ||
| Stand per 31 december | 119.667 | 140.018 | ||
Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten separaat gepresenteerd van de technische voorziening. Deze wijziging is aangemerkt als een stelselwijziging en is conform RJ 140.208 retrospectief verwerkt.
In de vergelijkende cijfers over 2024 is de voorziening operationele kosten afzonderlijk opgenomen. De bedragen die in eerdere verslagjaren onderdeel uitmaakten van de toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn geherclassificeerd naar de voorziening operationele kosten. De mutaties zijn toe te wijzen aan de opgenomen categorieën in het verloopoverzicht.
Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder deze regel opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitvoeringskosten in de verslagperiode.
7. Overige voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per begin boekjaar | 1.921 | 2.262 | ||
| Correcties voorgaande jaren | 9 | -344 | ||
| Stortingen | 45 | 39 | ||
| Rentetoevoeging | 45 | 30 | ||
| Uitkeringen | -54 | -66 | ||
| Stand per eind boekjaar | 1.966 | 1.921 |
De uitkeringen vanuit het spaarfonds gemoedsbezwaarden zijn kortlopend. De correcties voorgaande jaren betreft het omzetten van het spaarsaldo naar een aanspraak en een voorziening.
8. Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Derivaten | 480.034 | 340.461 | ||
| Totaal | 480.034 | 340.461 |
9. Overige schulden en overlopende passiva
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beleggingsschulden | 35.943 | 583.859 | ||
| Correctie ambtshalve premie | 890 | 715 | ||
| Belastingen en premie sociale verzekeringen | 2.288 | 2.316 | ||
| Overige schulden en overlopende passiva | 6.680 | 3.421 | ||
| Pensioenuitkeringen | 7 | 13 | ||
| Totaal | 45.808 | 590.324 |
Door de overgang van custodian per 1 juli 2025 is de presentatiewijze van de beleggingen gewijzigd. Vorderingen maken geen onderdeel meer uit van de beleggingen, maar worden gepresenteerd onder de vorderingen en overlopende activa. Voor de vergelijkbaarheid is dit ook met terugwerkende kracht aangepast voor 2024.
De overige schulden en overlopende passiva bestaan voornamelijk uit nog te betalen pensioenuitvoeringskosten.
Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
| (bedragen x € 1.000) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Beleggingsschulden | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
| Repo overeenkomsten | 0 | 503.354 | ||
| Schulden uit hoofde van ontvangen onderpand | 33.830 | 29.605 | ||
| Liquide middelen | 1.679 | 50.861 | ||
| Overige beleggingen | 0 | 39 | ||
| Derivaten (renteswaps) | 434 | 0 | ||
| Totaal | 35.943 | 583.859 |
Ultimo 2025 heeft het pensioenfonds geen repo overeenkomsten meer.