Spring naar inhoud

12.5Toelichting op de balans per 31 december 2025

1. Beleggingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2025   601.886   1.850.057   3.467.222   -128.723   -388.709   5.401.733
Aankopen   16.024   390.422   4.222.018   25.134   3.385.574   8.039.172
Verkopen   -16.473   -463.071   -4.770.364   -117.815   -2.636.339   -8.004.062
Herwaardering   28.013   142.639   -132.373   -228.847   -92   -190.660
Overige mutaties   0   0   -15.952   0   90.256   74.304
Stand per 31 december 2025   629.450   1.920.047   2.770.551   -450.251   450.690   5.320.487
Schuldpositie derivaten (credit)                       480.034
Schuldpositie overige beleggingen (credit)                       35.943
Totaal                       5.836.464
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2024   498.355   1.712.741   2.792.623   -188.704   154.992   4.970.007
Aankopen   116.526   302.219   6.486.727   804.990   2.780.362   10.490.824
Verkopen   -23.128   -557.785   -5.851.030   -694.518   -3.261.344   -10.387.805
Herwaardering   11.605   397.852   54.980   -50.491   -42   413.904
Overige mutaties   -1.472   -4.970   -16.078   0   -62.677   -85.197
Stand per 31 december 2024   601.886   1.850.057   3.467.222   -128.723   -388.709   5.401.733
Schuldpositie derivaten (credit)                       340.461
Schuldpositie overige beleggingen (credit)                       583.859
Totaal                       6.326.053

Door de overgang van custodian per 1 juli 2025 is de presentatiewijze van de beleggingen gewijzigd. Vorderingen maken geen onderdeel meer uit van de beleggingen, maar worden gepresenteerd onder de vorderingen en overlopende activa. Voor de vergelijkbaarheid is dit ook met terugwerkende kracht aangepast voor 2024.

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed   629.450   601.886
Totaal   629.450   601.886

Aandelen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Beursgenoteerde en niet beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen   1.920.047   1.850.057
Totaal   1.920.047   1.850.057

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Obligaties   849.531   2.108.980
Hypothecaire leningen   555.294   478.931
Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden   1.179.723   0
Beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden   186.003   0
Leningen op schuldbekentenis   0   222.726
Deposito's en dergelijke   0   15.953
Liquide middelen   0   640.632
Totaal   2.770.551   3.467.222

Derivaten

Voor de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruikgemaakt van financiële derivaten. Als hoofdregel geldt dat derivaten uitsluitend worden gebruikt voor zover dit passend is binnen het algemene beleggingsbeleid. De portefeuillestructuur en het risicoprofiel, berekend inclusief de economische effecten van derivaten, dienen zich binnen de door het bestuur vastgestelde grenzen (limieten) te bevinden.

Het pensioenfonds gebruikt derivaten voornamelijk om het valutarisico, renterisico en inflatierisico af te dekken. Eén van de belangrijkste risico's bij derivaten is het kredietrisico. Dit is het risico dat tegenpartijen niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Dit risico wordt beperkt door alleen transacties aan te gaan met te goeder naam en faam bekend staande partijen. Bovendien geldt dat zoveel mogelijk wordt gewerkt met onderpand.

Gebruik wordt gemaakt van onder meer de volgende instrumenten: 

  • Valutatermijncontracten: dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van valutatermijncontracten worden valutarisico's afgedekt. 
  • Renteswaps: dit betreft met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het uitwisselen van rentebetalingen over een nominale hoofdsom. Door middel van swaps kan het pensioenfonds de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden. 

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2025:

2025
Type contract
  Contract-omvang   Saldo waarde   Positieve waarde   Negatieve waarde
                 
Valutaderivaten   1.497.312   -2.800   8   -2.808
Aandelenderivaten   -43.055   0   0   0
Kredietderivaten   36.571   -840   0   -840
Rentederivaten   4.222.888   -446.611   29.775   -476.386
    5.713.716   -450.251   29.783   -480.034

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2024:

2024
Type contract
  Contract-omvang   Saldo waarde   Positieve waarde   Negatieve waarde
                 
Valutaderivaten   -1.466.232   -22.499   285   22.784
Aandelenderivaten   -61.728   843   1.038   195
Kredietderivaten   19.628   -403   0   403
Rentederivaten   1.493.122   -106.664   210.415   317.079
    -15.210   -128.723   211.738   340.461

Overige beleggingen

Onderstaande tabel geeft de specificatie van de overige beleggingen per 31 december weer:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Vorderingen uit verstrekt onderpand   486.633   195.150
Totaal   486.633   195.150

Securities lending

Het pensioenfonds participeert niet direct in securities lending. Binnen de beleggingsfondsen kan securities lending wel plaatsvinden.

Schattingen en oordelen

Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bijvoorbeeld derivaten, zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. 

Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

(bedragen x € 1.000)   Direct markt-noteringen   Afgeleide markt-noteringen   Waarderingsmodellen   Totaal
                 
Vastgoed beleggingen   0   40.910   588.540   629.450
Aandelen   1.920.047   0   0   1.920.047
Vastrentende waarden   1.879.873   0   890.678   2.770.551
Derivaten   0   0   -450.251   -450.251
Overige beleggingen   450.690   0   0   450.690
Stand per 31 december 2025   4.250.610   40.910   1.028.967   5.320.487
(bedragen x € 1.000)   Direct markt-noteringen   Afgeleide markt-noteringen   Waarderingsmodellen   Totaal
                 
Vastgoed beleggingen   0   46.167   555.719   601.886
Aandelen   1.850.057   0   0   1.850.057
Vastrentende waarden   3.019.748   0   447.474   3.467.222
Derivaten   843   0   -129.566   -128.723
Overige beleggingen   -39   0   -388.670   -388.709
Stand per 31 december 2024   4.870.609   46.167   484.957   5.401.733

2. Vorderingen en overlopende activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Beleggingsvorderingen   24.597    35.321 
Vorderingen op werkgever(s)   31.510   32.524
Overige vorderingen   936   512
Totaal   57.043   68.357

Door de overgang van custodian per 1 juli 2025 is de presentatiewijze van de beleggingen gewijzigd. Vorderingen maken geen onderdeel meer uit van de beleggingen, maar worden gepresenteerd onder de vorderingen en overlopende activa. Voor de vergelijkbaarheid is dit ook met terugwerkende kracht aangepast voor 2024.

(bedragen x € 1.000)        
Beleggingsvorderingen   31-12-2025   31-12-2024
         
Vastgoed   0   773
Aandelen   4.508   4.080
Vastrentende waarden   13.820   30.468
Overige beleggingen   811   0
Derivaten (renteswaps)   5.458   0
Totaal   24.597   35.321
(bedragen x € 1.000)        
Specificatie Vorderingen op werkgever(s)   31-12-2025   31-12-2024
         
Vorderingen op werkgevers   32.637   33.860
Voorziening dubieuze debiteuren   -1.127   -1.336
Totaal   31.510   32.524

De vorderingen hebben voornamelijk betrekking op premies over de maanden november en december.

(bedragen x € 1.000)        
Specificatie Verloop Voorziening dubieuze debiteuren   31-12-2025   31-12-2024
         
Stand per 1 januari   1.336   650
Nagekomen baten/afgeschreven vorderingen   -1.385   -365
Dotatie   1.176   1.051
Stand per 31 december   1.127   1.336

3. Overige activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Liquide middelen   9.442   10.349
Totaal   9.442   10.349

De tegoeden bij banken staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds. Er zijn geen kredietfaciliteiten van toepassing.

PASSIVA

4. Stichtingskapitaal en reserves

(bedragen x € 1.000)   Algemene reserve   Bestemmings-reserves   Reserve
pensioenrisico's
  Totaal
                 
Stand per 1 januari 2024   85.894   5.236   763.579   854.709
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   136.956   23   32.094   169.073
Stand per 31 december 2024   222.850   5.259   795.673   1.023.782
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   672.512   -607   -122.276   549.629
Stand per 31 december 2025   895.362   4.652   673.397   1.573.411

Bestemmingsreserves

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Bestemmingsreserve 58-plusregeling   3.869   4.352
Bestemmingsreserve Houthandel   783   907
Stand per eind boekjaar   4.652   5.259

Bestemmingsreserve 58-plusregeling

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Stand per eind boekjaar   4.352   4.344
Bestemming saldo van baten en lasten   -483   8
Stand per eind boekjaar   3.869   4.352

Bestemmingsreserve Houthandel

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Stand per begin boekjaar   907   892
Bestemming saldo van baten en lasten   -124   15
Stand per eind boekjaar   783   907

Vermogenspositie

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico’s van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de risicoparagraaf.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025       31-12-2024    
                 
Stichtingskapitaal en reserves (exclusief bestemmingsreserves)   1.568.759   141,3%   1.018.523   122,9%
Minimaal vereist eigen vermogen   165.166   104,3%   188.529   104,2%
Vereist eigen vermogen   673.397   117,7%   795.673   117,9%

De beleidsdekkingsgraad is eind 2025 132,0% (2024: 124,7%). De vermogenspositie van het pensioenfonds kan worden gekarakteriseerd als een situatie met een toereikende solvabiliteit (2024: idem).

De reële dekkingsgraad betreft ultimo 2025 93,6% (2024: 92,8%).

Herstelplan

Het pensioenfonds hoefde in 2025 geen herstelplan meer in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (124,7%) per 31 december 2024 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist eigen vermogen (117,9%). 

De situatie is eind 2025 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 (132,0%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2025 (117,7%).

Statutaire regelingen omtrent de bestemming van het saldo van baten en lasten

Ten aanzien van de bestemming van het saldo van baten en lasten is geen bepaling opgenomen in de statuten van het pensioenfonds. Het voorstel resultaatbestemming 2025 is opgenomen in de paragraaf van de staat van baten en lasten in de jaarrekening. De balans wordt opgemaakt na resultaatbestemming. Dit betekent dat het saldo van baten en lasten, zoals blijkend uit de staat van baten en lasten verwerkt is in het eigen vermogen.

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025
     
Algemene reserve   895.362
Bestemmingsreserve 58-plusregeling   3.869
Bestemmingsreserve Houthandel   783
Reserve pensioenrisico`s   673.397
Stand per eind boekjaar   1.573.411

Technische voorzieningen

5. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Stand per 1 januari   4.308.253   4.018.144
Pensioenopbouw   130.000   120.616
Toeslagverlening   0   63.517
Rentetoevoeging   100.877   138.920
Onttrekking voor pensioenuitkeringen   -123.474   -117.135
Wijziging marktrente   -762.248   89.603
Wijziging actuariële uitgangspunten   26.637   -7.446
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten   -4.212   -1.889
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   6.230   3.923
Stand per 31 december   3.682.063   4.308.253

Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten niet langer opgenomen als onderdeel van de technische voorziening, maar separaat gepresenteerd. Deze wijziging kwalificeert als een stelselwijziging die op grond van RJ 140.208 retrospectief dient te worden toegepast. In de vergelijkende cijfers is de technische voorziening derhalve aangepast. Aangezien de voorziening operationele kosten in het verleden onderdeel uitmaakte van verschillende toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn de vergelijkende cijfers binnen de specificatie van de technische voorziening aangepast om deze gewijzigde presentatie tot uitdrukking te brengen.

Pensioenopbouw

Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.

Toeslagverlening

Het pensioenfonds streeft ernaar de opgebouwde pensioenrechten van de deelnemers jaarlijks te verhogen met de prijsontwikkeling. Het betreft een voorwaardelijke toeslagverlening die afhankelijk van de financiële situatie van het pensioenfonds verleend wordt. De toeslagen worden gefinancierd door overrendement. Per 1 januari 2026 is geen toeslag verleend, de pensioenen zijn echter wel verhoogd als gevolg van het invaren naar het nieuwe stelsel. Het pensioenfonds heeft per 1 januari 2025 een toeslag verleend van 1,47% en voor ingegane arbeidsongeschiktheidspensioenen was dit 2,31%. De toekomstige pensioenopbouw van arbeidsongeschikten is per 1 januari 2026 onvoorwaardelijk verhoogd met 2,00% (2025: 5,50%).

Rentetoevoeging

De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 2,330% (2024: 3,439%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2024 (2024: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2023).

Onttrekking voor pensioenuitkeringen 

Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.

Wijziging marktrente

Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder wijziging marktrente.

Wijziging actuariële uitgangspunten

Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

In 2025 is besloten om voor de voorziening niet-opgevraagde pensioenen (NOP) de duur te wijzigen van 5 jaar naar 10 jaar. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van 6.992 en daardoor een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,2%. Ook heeft een aanpassing van de correctiefactoren op sterftekansen, oftewel de ervaringssterfte, plaatsgevonden. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van 14.458 en een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,4%. Daarnaast zijn de partnerfrequenties gewijzigd. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van 5.897 en een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,2%. Tot slot is door de overgang naar Wtp voor het arbeidsongeschiktheidspensioen en het tijdelijk partnerpensioen rekening gehouden met de prognose AOW leeftijd in plaats van de gepubliceerde leeftijd. Hierdoor is de eindleeftijd verschoven. Dit heeft een verhogend effect op de technische voorzieningen van 156 en een verlagend effect op de dekkingsgraad van afgerond 0,0%. Het saldo van wijzigingen bedraagt 27.503 en dit heeft in totaal een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,8%. Van het totale bedrag van 27.503 ziet 26.637 op de wijziging van de voorziening pensioenverplichtingen en 866 (3,25% van de voorziening pensioenverplichtingen) op de wijzing van de voorziening operationele kosten. Deze laatste wijziging is opgenomen onder 6. 

Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Toevoeging aan de technische voorziening   8.457   8.149
Onttrekking aan de technische voorziening   -12.669   -10.038
Totaal   -4.212   -1.889

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Resultaat op kanssysteem:        
- Sterfte   -1.051   21
- Arbeidsongeschiktheid   8.464   5.148
- Mutaties   -598   -730
- Overige technische grondslagen   -585   -516
Totaal   6.230   3.923

Het resultaat op sterfte is een gevolg van het feit dat de werkelijke sterfte afwijkt van de veronderstelde sterfte.

Actuariële resultaten op arbeidsongeschiktheid ontstaan doordat de werkelijke schade als gevolg van invalidering afwijkt van de in de premiestelling veronderstelde invalidering.

De mutaties bestaan onder meer uit de wijziging van aanspraken vanuit niet opgevraagde pensioenmutaties en flexibiliseringsmutaties.

Overige technische grondslagen ziet grotendeels toe op de mutatie van de kosten.

De voorziening voor pensioenverplichtingen, inclusief de voorziening operationele kosten, is naar categorieën als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025       31-12-2024    
                 
      Aantallen     Aantallen
                 
Actieven en arbeidsongeschikten   1.274.306   28.232   1.619.599   28.082
Pensioengerechtigden   1.378.708   35.885   1.408.569   36.014
Gewezen deelnemers   1.029.049   55.126   1.280.085   54.812
Overig   119.667       140.018    
Totaal   3.801.730   119.243   4.448.271   118.908

Overig bestaat uit de reservering voor toekomstige uitvoeringskosten voor de uitvoering van de pensioenregeling, welke onder 6 is opgenomen.

Korte beschrijving pensioenregeling

De pensioenregeling kan worden gekenmerkt als een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 68 jaar. Het pensioenfonds voert een pensioenregeling voor Meubel, Tentoonstellingsbouw en Orgelbouw (regeling A) en een pensioenregeling van Houthandel (regeling B).

Jaarlijks wordt een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd door deelnemers van regeling A van 1,875% en door deelnemers van regeling B van 1,875% van de in dat jaar geldende pensioengrondslag. De pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend loon, gemaximeerd op € 71.306, onder aftrek van een franchise. De franchise wordt jaarlijks vastgesteld. Het pensioengevend loon en de franchise wijken af tussen de verschillende sectoren. Voor alle deelnemers bestaat er recht op nabestaanden- en wezenpensioen. Jaarlijks beslist het bestuur van het pensioenfonds de mate waarin de opgebouwde aanspraken worden geïndexeerd. Overeenkomstig artikel 10 van de Pensioenwet kwalificeert de pensioenregeling als een premieovereenkomst.

Toeslagverlening

De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur. Er bestaat een ambitie om jaarlijks de pensioenrechten en pensioenaanspraken aan te passen. De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen. De toeslag bedraagt maximaal de stijging van de consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens (afgeleid), zoals vastgesteld door het CBS in de periode september - september.

Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het pensioenfonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het pensioenfonds, en daarvoor zijn beleggingsresultaten een belangrijk element.

6. Voorziening operationele kosten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Stand per 1 januari   140.018   130.590
Toevoeging opslag toekomstige uitvoeringskosten 4.012   3.722
Onttrekking vanwege dekking uitvoeringskosten huidig verslagjaar -4.404   -4.141
RTS-effect   -21.494   7.942
Wijziging actuariële uitgangspunten   866   -242
Overige mutaties   669   2.147
Stand per 31 december   119.667   140.018

Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten separaat gepresenteerd van de technische voorziening. Deze wijziging is aangemerkt als een stelselwijziging en is conform RJ 140.208 retrospectief verwerkt.

In de vergelijkende cijfers over 2024 is de voorziening operationele kosten afzonderlijk opgenomen. De bedragen die in eerdere verslagjaren onderdeel uitmaakten van de toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn geherclassificeerd naar de voorziening operationele kosten. De mutaties zijn toe te wijzen aan de opgenomen categorieën in het verloopoverzicht.

Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder deze regel opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitvoeringskosten in de verslagperiode.

7. Overige voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Stand per begin boekjaar   1.921   2.262
Correcties voorgaande jaren   9   -344
Stortingen   45   39
Rentetoevoeging   45   30
Uitkeringen   -54   -66
Stand per eind boekjaar   1.966   1.921

De uitkeringen vanuit het spaarfonds gemoedsbezwaarden zijn kortlopend. De correcties voorgaande jaren betreft het omzetten van het spaarsaldo naar een aanspraak en een voorziening.

8. Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Derivaten   480.034   340.461
Totaal   480.034   340.461

9. Overige schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
         
Beleggingsschulden   35.943   583.859
Correctie ambtshalve premie   890   715
Belastingen en premie sociale verzekeringen   2.288   2.316
Overige schulden en overlopende passiva   6.680   3.421
Pensioenuitkeringen   7   13
Totaal   45.808   590.324

Door de overgang van custodian per 1 juli 2025 is de presentatiewijze van de beleggingen gewijzigd. Vorderingen maken geen onderdeel meer uit van de beleggingen, maar worden gepresenteerd onder de vorderingen en overlopende activa. Voor de vergelijkbaarheid is dit ook met terugwerkende kracht aangepast voor 2024.

De overige schulden en overlopende passiva bestaan voornamelijk uit nog te betalen pensioenuitvoeringskosten.

Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.

(bedragen x € 1.000)        
Beleggingsschulden   31-12-2025   31-12-2024
         
Repo overeenkomsten   0   503.354
Schulden uit hoofde van ontvangen onderpand   33.830   29.605
Liquide middelen   1.679   50.861
Overige beleggingen   0   39
Derivaten (renteswaps)   434   0
Totaal   35.943   583.859

Ultimo 2025 heeft het pensioenfonds geen repo overeenkomsten meer.