Spring naar inhoud

Financieel

3.1.Financiële opzet: ontwikkeling dekkingsgraden 2025

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Dekkingsgraad Beleidsdekkingsgraad Vereist eigen vermogen
dec-24 122,9% 124,7% 117,9%
jan-25 125,1% 125,0% 117,9%
feb-25 125,2% 125,1% 117,9%
mrt-25 126,0% 125,3% 118,1%
apr-25 123,4% 125,2% 118,1%
mei-25 127,9% 125,3% 118,1%
jun-25 131,7% 125,7% 118,1%
jul-25 133,6% 126,3% 118,1%
aug-25 134,6% 126,9% 118,1%
sep-25 136,4% 127,7% 117,6%
okt-25 138,5% 128,9% 117,6%
nov-25 140,5% 130,5% 117,6%
dec-25 141,3% 132,0% 117,7%
  Dekkingsgraad Beleidsdekkingsgraad Vereist eigen vermogen
dec-24 122,9% 124,7% 117,9%
jan-25 125,1% 125,0% 117,9%
feb-25 125,2% 125,1% 117,9%
mrt-25 126,0% 125,3% 118,1%
apr-25 123,4% 125,2% 118,1%
mei-25 127,9% 125,3% 118,1%
jun-25 131,7% 125,7% 118,1%
jul-25 133,6% 126,3% 118,1%
aug-25 134,6% 126,9% 118,1%
sep-25 136,4% 127,7% 117,6%
okt-25 138,5% 128,9% 117,6%
nov-25 140,5% 130,5% 117,6%
dec-25 141,3% 132,0% 117,7%

De beleidsdekkingsgraad is in 2025 gestegen van 124,7% tot 132,0%. De beleidsdekkingsgraad is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist eigen vermogen van 117,7% (2024: 117,9%). Daarmee is er eind 2025 wederom geen sprake van een reservetekort.

Ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad  
DG primo 122,9%
Uitkeringen 0,6%
Toeslagverlening 0,0%
Wijziging RTS 26,4%
Beleggingsrend. (excl. renteafdekking) -5,3%
Wijziging actuariële uitgangspunten -0,8%
Premie -0,3%
Kosten -0,1%
Kanssystemen -0,2%
Kruiseffecten -1,9%
DG ultimo 141,3%
Herstelplan

Ook in 2025 heeft Oak Pensioenfonds geen herstelplan in te hoeven dienen, aangezien de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (124,7%)hoger was dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen (117,9%).

Premiedekkingsgraad

De premiedekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de in een jaar ontvangen premie en de toekomstige jaarlijkse uitkering die daarvoor kan worden ingekocht. Daarmee is de premiedekkingsgraad een indicator voor de toekomstige financiële ontwikkeling van een pensioenfonds. De premiedekkingsgraad is in 2025 114,9% (2024: 122,7%). 

Het premiebeleid van het fonds gaat uit van een minimale premiedekkingsgraad van 90%. Voor een nadere toelichting op het premiebeleid wordt verwezen naar de ABTN

Transitie FTK

In aanloop naar de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel heeft het bestuur bepaald geen gebruik te maken van het transitie-Financieel Toetsingskader (FTK).

Inflatie

Inflatie heeft effect op ons financiële resultaat. Dat wordt met name zichtbaar bij:

  • De ontwikkeling van de rente in een jaar;

Een toename in de inflatie(verwachting) leidt tot een hogere nominale rente. Inflatie is dan gunstig voor de nominale dekkingsgraad, omdat de marktwaarde van de verplichtingen daalt. Daar staat tegenover dat bij een hogere rente ook de vastrentende beleggingen minder waard worden, wat een negatief effect heeft op de dekkingsgraad. Het uiteindelijke effect op de nominale dekkingsgraad wordt bepaald door het verschil in rentegevoeligheid van verplichtingen en bezittingen.

  • Het effect op de lange termijn prijsinflatie in onze waardering.

Voor de meeste fondsen hebben de verplichtingen een langere gemiddelde looptijd dan de bezittingen. Daardoor is de rentegevoeligheid van de verplichtingen vaak groter. Een hogere inflatie verbetert de nominale dekkingsgraad. Voor zover inflatie geen effect heeft op de reële rente, leidt in het algemeen een inflatiemutatie niet tot een verandering in de marktwaarde van de reële verplichtingen. Een inflatiestijging beïnvloedt de reële dekkingsgraad dan uitsluitend via een waardedaling van de nominale bezittingen. Dat betekent, in tegenstelling tot de nominale dekkingsgraad, dat de reële dekkingsgraad verslechtert als de inflatie toeneemt.

De reële dekkingsgraad betreft ultimo 2025 93,6% (2024: 92,8%).

In hoofdstuk 5 'Vermogensbeheer' wordt nader ingegaan op de effecten van de inflatie op de beleggingen.

3.2.Actuariële analyse van het resultaat

Oordeel van de externe actuaris over de financiële positie
De technische voorzieningen zijn, overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten, als geheel bezien, toereikend vastgesteld.

Het eigen vermogen van het pensioenfonds is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen. Voldaan is aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet.

Het oordeel over de vermogenspositie is: voldoende. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen beperkt zijn.


​Analyse van het resultaat

In onderstaand overzicht is de actuariële analyse van het saldo van baten en lasten opgenomen:

(bedragen x € 1.000) 2025 2024
     
Resultaat wijziging rentetermijnstructuur 787.021 -92.515
Resultaat beleggingsopbrengsten -216.356 300.169
Resultaat premie 17.762 27.609
Resultaat waardeoverdrachten -172 -16
Resultaat kosten -3.763 -5
Resultaat uitkeringen -637 -3.333
Resultaat op kanssystemen -7.046 -4.238
Resultaat toeslagverlening -45 -65.611
Resultaat wijziging actuariële grondslagen -27.503 7.688
Resultaat andere oorzaken 368 -675
     
Totaal resultaat 549.629 169.073

Kostendekkende premie

Het pensioenfonds voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte kostendekkende premie.

(bedragen x € 1.000)        
Premie voor risico pensioenfonds   Zuiver Gedempt Feitelijk
         
. Actuarieel benodigde koopsom regulier 115.188 57.477 130.449
  risicopremie 4.420 3.201 3.144
. Opslag voor vereist eigen vermogen   23.277 12.386 4.789
. Opslag voor uitvoeringskosten   11.639 9.724 12.306
. Risicopremie arbeidsongeschiktheid   6.546 6.545 6.541
. Premie voorwaardelijke onderdelen   0 39.446 0
Toetswaarde premie   161.070 128.779 157.229

Premiebeleid

Bij vaststelling van de premie wordt rekening gehouden met de verwachtingen op de lange termijn inzake toekomstige salaris-, toeslag- en bestandsontwikkelingen, en met de verwachtingen voor de lange termijn inzake beleggingsrendementen. Dit zijn op dit moment de maximale toegestane parameters. Het premiebeleid wordt telkens voor een bepaalde periode vastgesteld mede op grond van een periodiek uit te voeren ALM-studie en de daarin opgenomen veronderstellingen. De kostendekkendheid van de premie speelt een belangrijke rol in het geheel. Het premiebeleid is in 2025 niet gewijzigd.

3.3Toeslagverlening

Toeslagbeleid

Oak Pensioenfonds voert een pensioenregeling uit met een voorwaardelijke indexatieambitie op basis van de algemene prijsindex. De mate van toeslagverlening wordt jaarlijks onder het FTK door het bestuur vastgesteld en is afhankelijk van de financiële positie van Oak Pensioenfonds. De financiële positie is gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad zoals vastgesteld voorafgaand aan de laatste bestuursvergadering van het jaar.

​Toeslagverlening per 1 januari 2026

Per 1 januari 2026 is het fonds overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Dit betekent dat de huidige systematiek van toeslagverlening is komen te vervallen. Vanaf 1 januari 2026 heeft iedere deelnemer een persoonlijk pensioenvermogen. Per 1 januari 2026 is geen toeslag verleend, maar is het beschikbare vermogen verdeeld over onze deelnemers. Het eventuele vermogens-surplus wordt conform de geldende verdelingsregels toegevoegd aan de persoonlijke pensioenvermogens van de deelnemers.

Gemiste indexatie sectoren Interieurbouw en Meubelindustrie, Tentoonstellingsbouw en Orgelbouw

Door het niet kunnen volgen van de indexatie ambitie (waarbij als maatstaf de algemene prijsindex wordt gevolgd) is sprake van gemiste indexatie. In onderstaande tabel is het verloop van de gemiste indexatie van 2023 t/m 2025 voor de sectoren Interieurbouw en Meubelindustrie, Tentoonstellingsbouw en Orgelbouw weergegeven.

Datum Verleende toeslag Ambitie/maatstaf Gemiste toeslag Cumulatieve gemiste toeslag vanaf 2009
01-01-2023 6,80% 17,16% 10,36% 32,61%
01-01-2024 0% 0% -1,39% 30,76%
01-01-2025 1,47% 2,54% 1,07% 32,14%

Gemiste indexatie sector Houthandel

In onderstaande tabel is het verloop van de gemiste indexatie van 2023 t/m 2025 voor de sector Houthandel weergegeven.

Datum Verleende toeslag Ambitie/maatstaf Gemiste toeslag Cumulatieve gemiste toeslag vanaf 2009
01-01-2023 6,80% 17,16% 10,36% 22,26%
01-01-2024 0% 0% -1,39% 20,56%
01-01-2025 1,47% 2,54% 1,07% 21,83%

3.4.Risicohouding

Oak Pensioenfonds voert doorgaans eens in de drie tot vijf jaar een ALM-studie uit. De laatste ALM-studie op het FTK-beleid dateert uit 2021. Het bestuur heeft in 2025 onderzocht of een nieuwe ALM-studie wenselijk was, maar geconcludeerd dat dit gezien de korte tijd tot het transitiemoment en het ontbreken van significante beleidswijzigingen of veranderingen in het deelnemersbestand geen toegevoegde waarde had. De uitgebreide doorrekeningen die zijn uitgevoerd ten behoeve van het beleid onder het nieuwe pensioenstelsel vanaf 2026 vervangen in dit kader de reguliere ALM-studie.

In 2025 heeft het bestuur verdere uitvoering gegeven aan de transitie naar de solidaire premieregeling. DNB heeft op 10 september 2025 de invaarbeschikking verleend, waarmee invaren per 1 januari 2026 mogelijk werd.

De besluitvorming over het beleggingsbeleid onder het nieuwe contract is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid 2026–2028, de lifecycle-systematiek, de portefeuilleconstructiestudie en uitgevoerde ALM- en scenarioanalyses. De normportefeuille 2026 is vastgesteld en vastgelegd in het beleggingsplan 2026, waarbij de rendementsportefeuille ongewijzigd blijft en de beschermingsportefeuille substantieel is aangepast qua renteafdekking en looptijdstructuur. Daarnaast doorliep Oak Pensioenfonds de totale beleggingscyclus, inclusief de jaarlijkse evaluatie van alle beleggingscategorieën, waarbij de investment cases periodiek zijn geëvalueerd.

Het jaar 2026 staat in het teken van de nazorg en inbedding van deze transitie naar Wtp in de organisatie. Het bestuur monitort de financiële positie, de risicobeheersing en de governance-structuur onder het nieuwe stelsel. Gegeven dat het risicopreferentieonderzoek onder deelnemers bijna vijf jaar geleden heeft plaatsgevonden, wordt in 2026 een nieuw onderzoek voorbereid.

Verder herijkt Oak Pensioenfonds in 2026 het duurzaam beleggingsbeleid. Om ervoor te zorgen dat het beleid goed blijft aansluiten bij de wensen en verwachtingen van deelnemers, wordt een nieuw deelnemersonderzoek duurzaam beleggen uitgevoerd.

Risicohouding 2025

Omdat Oak Pensioenfonds in 2025 nog onder de regelgeving van het FTK-pensioenstelsel valt, volgt hieronder de risicohouding.Het evalueren en herijken van de risicohouding was onderdeel van de ALM studie in 2021.

De risicohouding van een pensioenfonds, bedoeld in artikel 102a van de Pensioenwet, wordt gedefinieerd als:

  • de mate waarin een pensioenfonds, na overleg met de sociale partners en het verantwoordingsorgaan, bereid is risico’s te lopen; én
  • de mate waarin het pensioenfonds risico’s loopt, gegeven de kenmerken van het pensioenfonds.

Oak Pensioenfonds heeft, in samenspraak met de sociale partners en het verantwoordingsorgaan, naast de wettelijke risicohouding op korte en lange termijn aanvullende kwantitatieve en kwalitatieve beleidsuitgangspunten gedefinieerd vanuit een startdekkingsgraad van 110%.Aanvullende maatstaven kwantificeren de afweging tussen ‘welke risico’s zijn acceptabel’ en ‘hoeveel toeslag wordt nagestreefd’. Een tweetal maatstaven geven hierbij het opwaarts potentieel weer, namelijk de mediaan toeslagverlening (hoeveel procent van de maatstaf kan het pensioenfonds gedurende een 15-jaars horizon waarmaken) en de verwachte koopkracht na 15 jaar. Een tweetal maatstaven kwantificeren de vraag hoeveel risico acceptabel wordt geacht: de jaarlijkse kans op een korting en de verwachte omvang van een korting.

Beleidsuitgangspunten voor de lange termijn kwantitatieve risicohouding

De risicohouding voor de lange termijn komt tot uitdrukking in de gekozen ondergrenzen voor de haalbaarheidstoets en voor de korte termijn in de hoogte van het vereist eigen vermogen of een bandbreedte hiervoor.

Risicohouding lange termijn

Voor toepassing binnen de haalbaarheidstoets heeft het bestuur op basis van de aangegeven risicohouding de volgende grenzen gedefinieerd:

  • ondergrens voor het verwacht pensioenresultaat startend vanuit de vereiste financiële positie: 100%;   
  • ondergrens voor het verwacht pensioenresultaat startend vanuit de feitelijke financiële positie: 100%;
  • maximale afwijking verwacht pensioenresultaat bij slechtweerscenario vanuit de feitelijke financiële positie: 50%.

Oak Pensioenfonds houdt bij het bepalen van het beleggingsbeleid rekening met deze risicohouding.

Risicohouding korte termijn

De risicohouding op korte termijn wordt vertaald in het vereist eigen vermogen en een bandbreedte daarom heen. Oak Pensioenfonds hanteert harde bandbreedten voor het vereiste eigen vermogen met een minimum van 116% en een maximum van 121%. Het moment van toetsing van de bandbreedte is einde van het jaar. Per ultimo 2025 bevindt het vereist eigen vermogen zich binnen de vastgestelde bandbreedte.

Onderstaande tabel bevat de aanvullende kwantitatieve beleidsuitgangspunten voor het neerwaarts risico en de toeslagambitie.

Kwantitatieve lange termijn Beleidsuitgangspunten Grens Prioriteit
Mediaan toeslagrealisatie (% van de maatstaf) Minimaal 60% 2
Mediaan koopkracht Minimaal 94% 2
Jaarlijkse kans op korting Maximaal 3% 1
Omvang korting (zonder uitsmeren) Maximaal 10% 1
Omvang korting 1e percentiel (zonder uittsmeren) Maximaal 30% 3
Koopkracht 5e percentiel Minimaal 70% 3

De volgende kwalitatieve beleidsuitgangspunten zijn door het bestuur vastgesteld:

  • Oak Pensioenfonds streeft een koopkrachtbestendig pensioen na, maar vindt het belangrijk dat de neerwaartse risico’s (kans op kortingen) acceptabel zijn;
  • Beleidsuitgangspunten worden vastgesteld en getoetst vanuit de toetsdekkingsgraad (110%), om zo niet afhankelijk te zijn van momentopnames;
  • Bij de bepaling van de risicohouding en de beleidsuitgangspunten wordt rekening gehouden met de uitkomsten van een risicobereidheidsonderzoek onder de deelnemers;
  • Oak Pensioenfonds erkent dat bij fors lagere dekkingsgraden dan de toetsdekkingsgraad de uitkomsten aanzienlijk slechter zullen zijn dan nu in de kwantitatieve beleidsuitgangspunten:
    • Partijen accepteren dit hogere risico in tijden dat het slecht gaat en passen niet automatisch het risicoprofiel aan.
  • Oak Pensioenfonds erkent dat bij fors hogere dekkingsgraden dan de toetsdekkingsgraad de uitkomsten aanzienlijk beter zullen zijn dan nu in de kwantitatieve beleidsuitgangspunten:
    • Partijen accepteren dit en passen niet automatisch het risicoprofiel aan.
  • Oak Pensioenfonds streeft met de sociale partners naar een stabiele premie.

De kwalitatieve en kwantitatieve beleidsuitgangspunten worden periodiek door het bestuur en de sociale partners gezamenlijk besproken en waar nodig herijkt. Tussentijds kan dit ook, bijvoorbeeld bij significante wijzigingen in economische omstandigheden, wijzigingen in wet- en regelgeving, of een structureel significante hogere of lagere financiële positie dan de toetsdekkingsgraad (110%).

3.5.Haalbaarheidstoets

Oak Pensioenfonds heeft in 2025 geen haalbaarheidstoets uitgevoerd. Vanwege het voornemen van Oak Pensioenfonds per 1 januari 2026 in te varen in het nieuwe pensioenstelsel, heeft het fonds sinds boekjaar 2024 vrijstelling gekregen van DNB om deze jaarlijkse toets uit te voeren.

De haalbaarheidstoets is een onderdeel van het FTK. De haalbaarheidstoets bestaat uit een aanvangshaalbaarheidstoets en een jaarlijkse haalbaarheidstoets. De aanvangshaalbaarheidstoets geeft over een periode van 60 jaar inzicht in de samenhang tussen de financiële opzet, het verwachte pensioenresultaat en de risico’s die daarbij gelopen worden. Bij de jaarlijkse haalbaarheidstoets wordt vanuit de feitelijke financiële positie van het pensioenfonds beoordeeld in hoeverre (nog) wordt voldaan aan de normering die het pensioenfonds heeft gekozen bij de laatste aanvangshaalbaarheidstoets.

In de aanvangshaalbaarheidstoets worden ondergrenzen afgesproken voor het verwachte pensioenresultaat en het pensioenresultaat in slecht weer. De afgesproken ondergrenzen hebben een signaalfunctie. Wanneer bijvoorbeeld onverhoopt de financiële positie verslechtert of wanneer de economische vooruitzichten veranderen, zullen ook het verwachte pensioenresultaat en het pensioenresultaat in slecht weer veranderen. De jaarlijkse haalbaarheidstoets berekent periodiek het verwachte pensioenresultaat en het pensioenresultaat in slecht weer en bekijkt of deze nog boven de afgesproken ondergrenzen liggen. Worden de grenzen overschreden dan geeft dit aanleiding tot overleg tussen het bestuur en de sociale partners.